Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 18/12/2025 - 19:30

Vaststelling van de voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle (visum) zoals bedoeld in artikel 266 van het decreet lokaal bestuur uitoefent - goedkeuring

Aanwezig: Valérie Caers, voorzitter
Marianne Verhaert, burgemeester
Brent Wouters, Paulien Vervoort, Johan Verhaegen, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
Lut Cateau, Ronny Gorremans, Natalie Moens, Peggy Goormans, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Patrick De Beuckelaer, raadsleden
Daan Ceulemans, algemeen directeur
Verontschuldigd: Els Beullens, Gino Van der Elst, raadsleden

DE GEMEENTERAAD

MOTIVERING

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een netto-kasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.

De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente met budgettaire en financiële impact.

De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden, waaronder de financieel directeur de controle uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.

Volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet uitgesloten worden van visumverplichting overeenkomstig artikel 99 BVR BBC:

1. de aanstelling van statutaire personeelsleden;

2. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

3. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;

4. de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;

5. de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;

6 de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.

Voor deze categorieën geldt dus steeds een visumverplichting.

Aan de hand van voorliggende beslissing wordt de categorie 4 verstrengd, in die zin dat de verbintenissen ten belope van het huidige grensbedrag voor een overheidsopdracht van beperkte waarde of aanvaarde factuur zoals bepaald in artikel 92 van de wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016 eveneens worden onderworpen aan de visumverplichting.

Juridisch kader

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikel 266;

Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (hierna: BVR BBC), in het bijzonder artikel 99; en

Wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016 en latere wijzigingen.

BESLUIT

Goedgekeurd met 17 stemmen voor (13 GIB, 3 Vooruit en 1 N-VA) en 2 onthoudingen (Vlaams Belang).

 

Artikel 1De gemeenteraad bepaalt dat volgende categorieën van verrichtingen zijn onderworpen aan de visumverplichting overeenkomstig artikel 266 DLB jo. art. 99 BVR BBC:

de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer.

Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.

de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan dertig (30.000,00) euro excl. btw;

de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;

de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.

Artikel 2In afwijking van artikel 99 eerste lid, 3° BVR BBC, worden de contractuele aanstellingen van één jaar of meer in de volgende gevallen wel uitgesloten worden van de visumverplichting:

1° een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

2° een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

Artikel 3Dit reglement treedt onmiddellijk na goedkeuring en bekendmaking in werking.

Artikel 4: Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan:

De leden van het managementteam

Teamleiders van het lokaal bestuur