DE GEMEENTERAAD
MOTIVERING
De belasting heeft tot doel om personen die gebruik kunnen maken van een tweede verblijf, gelegen op het grondgebied van de gemeente Grobbendonk, te laten bijdragen in de kostprijs van de openbare voorzieningen van de gemeente. Inwoners van de gemeente Grobbendonk leveren via de personenbelasting een bijdrage.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Grobbendonk te financieren.
De Grondwet en meer bepaald artikels 41, 162 en 170, §4.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen en meer bepaald artikels 40 en 41.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Niet van toepassing.
Niet van toepassing.
Meerjarenplan 2026-2031
BD00001: Een administratie voor en met onze inwoners
AP000002: Gezonde financiën
AC000011: Lokale belastingen
Beleidsveld: 0020 - Fiscale aangelegenheden
Algemene rekening: 7377000 - Tweede verblijven
MJP000526: raming 41.250,00 euro
BESLUIT
Goedgekeurd met 17 stemmen voor (13 GIB, 3 Vooruit en 1 N-VA) en 2 onthoudingen (Vlaams Belang).
Artikel 1: INWERKINGTREDING EN OMSCHRIJVING BELASTBAAR VOORWERP OF BELASTBAAR FEIT
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten voordele van de gemeente een jaarlijkse belasting gevestigd op tweede verblijven.
Artikel 2: DEFINITIES
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie met woon- of verblijfsgelegenheid waarvan degene die er kan verblijven voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.
Artikel 3: BELASTINGPLICHTIGE
De belastingplichtige is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het tweede verblijf. De belastingplichtige is hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 4: BEREKENINGSGRONDSLAG EN TARIEF
De belasting wordt vastgesteld op 940,00 euro per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar. Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
Artikel 5: VERMINDERINGEN EN VERHOGINGEN
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar of beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van de procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van deze aangifte om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De overeenkomstig artikel 4 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan:
Het bedrag van de verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 6: VRIJSTELLINGEN
Worden niet als tweede verblijf beschouwd:
Artikel 7: WIJZE VAN INNING
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8: AANGIFTEPLICHT
De belastingschuldigen moeten uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur aangifte doen van elk tweede verblijf dat zij in de gemeente bezitten door middel van het formulier waarvan het model door het college van burgemeester en schepenen werd vastgesteld. Als aangiftedatum geldt de postdatum of de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Artikel 9: INDIENEN VAN BEZWAREN
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: BEKENDMAKING
Dit reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286, 287 en 330 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 11: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:
Team Financieel Management