Terug
Gepubliceerd op 29/09/2026

Notulen  Gemeenteraad

do 25/06/2026 - 19:30 Raadzaal
Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
Marianne Verhaert, burgemeester
Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
Daan Ceulemans, algemeen directeur
Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
Johan Verhaegen, derde schepen
Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden
    • Gemeenteraad 28 mei 2026 - notulen - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 16 stemmen voor (11 GIB, 2 Vooruit, 2 Vlaams Belang en 1 N-VA) en 1 onthouding (cd&v).

       

      De notulen van de gemeenteraad van 28 mei 2026 worden goedgekeurd.

    • OFP Prolocus - algemene vergadering - agenda - onthouding

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Het lokaal bestuur Grobbendonk is aangesloten bij OFP Prolocus. De gemeente werd per schrijven van 22 mei 2026 uitgenodigd om deel te nemen aan de algemene vergadering van OFP Prolocus die plaats zal vinden op 22 juni 2026 om 14u30 in Thor Central, André Dumontlaan 67 te3600 Genk.

      De agenda van de algemene vergadering van OFP Prolocus van 22 juni 2026 bestaat uit 4 delen en bevat volgende agendapunten:

      1. Plenaire Algemene Vergadering

      1. Verwelkoming door de Voorzitter

      2. Goedkeuring verslag vorige Algemene Vergadering 17 juni 2025

      3. Ontslagverlening / aanstelling bestuurders

      4. Kennisname jaarverslag

      5. Jaarlijks verslag erkende commissaris

      2. Deelvergadering Afzonderlijk Vermogen Groep VVSG

      1. Jaarafsluiting 2025 “Afzonderlijk Vermogen Groep VVSG”: Goedkeuring jaarrekening

      3. Deelvergadering Afzonderlijk Vermogen Groep Provant

              1. Jaarafsluiting 2025 “Afzonderlijk Vermogen Groep Provant”: Goedkeuring jaarrekening

      4. Plenaire Algemene Vergadering (vervolg)

      6. Jaarafsluiting 2025 “Afzonderlijk kostenvermogen OFP Prolocus”: Goedkeuring jaarrekening

      7. Jaarafsluiting 2025 “Geconsolideerd OFP Prolocus”: Goedkeuring jaarrekening

      8. Kwijting aan de bestuurders voor het boekjaar 2025

      9. Kwijting aan de erkende commissaris voor het boekjaar 2025

      10. Globale financiële rapportering: terugblik en vooruitzichten door Jan Longeval

       

      De gemeenteraad van 20 februari 2025 stelde de heer Bart Wagemans voor als volmachtdrager en de heer Sylvain Weyers als plaatsvervanger voor de algemene vergaderingen van OFP Prolocus gedurende de ganse legislatuur.

      Juridisch kader

      Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

      Bijkomende motivering

      De beschikbare bijlagen bij deze agendapunten werden digitaal gepubliceerd via Algemene Vergadering 2026.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 16 stemmen voor (11 GIB, 2 Vooruit, 2 Vlaams Belang en 1 N-VA) en 1 onthouding (cd&v).

       

      Artikel 1: Onthouding van de agendapunten van de algemene vergadering van OFP Prolocus van 22 juni 2026.

      Artikel 2: De volmachtdrager wordt gemandateerd conform dit besluit te handelen en te beslissen op deze algemene vergadering (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden).

      Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      OFP Prolocus

      Alle vertegenwoordigers

    • Gemeentelijke Holding NV in vereffening - algemene vergadering - agenda - onthouding

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Het lokaal bestuur Grobbendonk is aangesloten bij Gemeentelijke Holding NV in vereffening. De gemeente werd per schrijven van 6 mei 2026 uitgenodigd om deel te nemen aan de algemene vergadering van Gemeentelijke Holding NV in vereffening die plaats zal vinden op 24 juni 2026 om 14u30 in de lokalen van de VVSG VZW, Bischoffsheimlaan 1-8 te 1000 Brussel.

      De agenda van de algemene vergadering van Gemeentelijke Holding NV in vereffening van 24 juni 2026 bevat volgende agendapunten:

      - Bespreking van de werkzaamheden van de vereffenaars over het boekjaar 2025

      - Bespreking van de jaarrekening over het boekjaar 2025

      - Bespreking van het jaarverslag van de vereffenaars over het boekjaar 2025 inclusief beschrijving van de vooruitgang van de vereffening en redenen waarom de vereffening nog niet kon worden afgesloten

      - Bespreking van het verslag van de commissaris over de jaarrekening over het boekjaar 2025

      - Vraagstelling

      De gemeenteraad van 20 februari 2025 stelde de heer Brent Wouters voor als volmachtdrager en de heer Bart Wagemans als plaatsvervanger voor de algemene vergadering van Gemeentelijke Holding NV in vereffening gedurende de ganse legislatuur.

      Juridisch kader

      Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 15 stemmen voor (2 Vooruit, 2 Vlaams Belang, 1 N-VA, Marianne Verhaert, Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, Peggy Goormans, Guy Echelpoels, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels en Sylvain Weyers) en 2 onthoudingen (1 cd&v en Bart Wagemans).

       

      Artikel 1: Onthouding van de agendapunten van de algemene vergadering van Gemeentelijke Holding NV in vereffening van 24 juni 2026.

      Artikel 2: De volmachtdrager wordt gemandateerd conform dit besluit te handelen en te beslissen op deze algemene vergadering (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden).

      Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Gemeentelijke Holding NV in vereffening

      Alle vertegenwoordigers

    • VVSG - algemene vergadering - agenda - onthouding

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Het lokaal bestuur Grobbendonk is aangesloten bij VVSG. De gemeente werd per schrijven van 20 mei 2026 uitgenodigd om deel te nemen aan de algemene vergadering van VVSG die plaats zal vinden op 24 juni 2026 om 19 uur in Huis Madou, Bischoffsheimlaan 1-8 te 1000 Brussel.

      De agenda van de algemene vergadering van VVSG van 24 juni 2026 bevat volgende agendapunten:

      1. Verwelkoming door de voorzitter
      2. Goedkeuring verslag algemene vergadering 18 december 2025 en buitengewone algemene vergadering 23 maart 2026
      3. Goedkeuring jaarrekening 2025
      4. Goedkeuring jaarverslag 2025
      5. Kwijting aan de bestuurders
      6. Keynote over de impact van de geopolitieke situatie op de lokale besturen door David Criekemans (Universiteit Antwerpen)
      7. Varia

      De gemeenteraad van 20 februari 2025 stelde mevrouw Valérie Caers voor als volmachtdrager en mevrouw Marianne Verhaert als plaatsvervanger voor de algemene vergadering van VVSG gedurende de ganse legislatuur.

      Juridisch kader

      Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 16 stemmen voor (11 GIB, 2 Vooruit, 2 Vlaams Belang en 1 N-VA) en 1 onthouding (cd&v).

       

      Artikel 1: Onthouding van de agendapunten van de algemene vergadering van VVSG van 24 juni 2026.

      Artikel 2: De volmachtdrager wordt gemandateerd conform dit besluit te handelen en te beslissen op deze algemene vergadering (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden).

      Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      VVSG

      Alle vertegenwoordigers

    • Neteland - jaarrekening 2025 - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      De gemeente Grobbendonk maakt sinds 2017 deel uit van de projectvereniging 'Neteland'.

      De raad van bestuur van Neteland nam op 20 mei 2026 kennis van de jaarrekening 2025 en zal deze goedkeuren na goedkeuring door de respectievelijke gemeenteraden.

      De raad van bestuur van Neteland legt conform artikel 14 §2 van de statuten de jaarrekening samen met het verslag van de accountant en de activiteitenverslagen over 2025 ter kennisgeving voor aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

      De jaarrekening 2025 van Neteland werd opgemaakt en ligt voor ter goedkeuring.

      Juridisch kader

      Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en wijzigingen, meer bepaald artikel 392 tot en met 395.

      Gemeenteraadsbesluit van 24 oktober 2023 houdende goedkeuring verlenging projectvereniging en wijziging statuten Neteland.

      Gemeenteraadsbesluit van 18 september 2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening van 2024 van Neteland.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 12 stemmen voor (11 GIB en 1 cd&v) en 5 onthoudingen (2 Vooruit, 2 Vlaams Belang en 1 N-VA).

       

      Artikel 1: Goedkeuring van de jaarrekening van de projectvereniging 'Neteland' en de budgettaire grootboeken.

      Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan Neteland.

    • Schoolreglementen gemeentelijke basisscholen Grobbendonk en Bouwel - aanpassing - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Een schoolbestuur moet voor elk van zijn basisscholen een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en de leerlingen regelt.

      Het schoolreglement als dusdanig bevat in principe enkel wat decretaal wordt opgelegd. Andere, eerder specifieke afspraken worden door het college van burgemeester en schepenen, na overleg in de schoolraad, opgenomen in de infobrochure.

      Het schoolreglement gewoon basisonderwijs en de infobrochure worden bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via een elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.

      Het huidige schoolreglement gewoon basisonderwijs (inclusief de infobrochure) dat goedgekeurd werd op 26 juni 2025 is aan actualisatie toe wegens nieuwe of gewijzigde regelgeving en de noodzaak om sommige artikelen te verduidelijken en/ of te verfijnen.

      Een wijziging van het schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

      Het model schoolreglement van de Onderwijsvereniging van de Steden en Gemeenten dient als basis voor het schoolreglement gewoon basisonderwijs.

      Juridisch kader

      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 40, §3 en art. 41, tweede lid, 2°; (enkel voor het Vlaams Gewest).

      Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997: de artikelen 27bis, §4, 37 en 37bis.

      Artikel II.21 Bestuursdecreet.

      Nieuwe of gewijzigde regelgeving.

      Ontwerp decreet over de lerenden en de organisatie in het onderwijs: de nieuwe of gewijzigde artikelen 3 , 54 quater,55 ,62§1 13° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

      Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997: artikelen 11 quater, 27bis, 39, 40 ,44 quater, 44 quinquies.

      B.W.: artikelen 6.1-6.3.

      Adviezen

      Advies van de schoolraad van 1 juni 2026.

      Bijkomende motivering

      De aanpassingen komen tegemoet aan de nieuwe of gewijzigde regelgeving en de noodzaak om sommige artikelen te verduidelijken en/ of te verfijnen.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 15 stemmen voor (11 GIB, 2 Vooruit, 2 N-VA en 1 cd&v) en 2 onthoudingen (Vlaams Belang).

       

      Artikel 1: Het bestaande schoolreglement gewoon basisonderwijs, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 juni 2025, wordt opgeheven.

      Artikel 2: De hierbij gevoegde schoolreglementen gewoon basisonderwijs van de gemeentelijke basisscholen Grobbendonk en Bouwel worden goedgekeurd.

      Artikel 3: Goedkeuring van het vernieuwde pedagogisch project.

      Artikel 4: De meer specifieke regels en afspraken worden door het college van burgemeester en schepenen opgenomen in de infobrochure.

      Artikel 5: Het schoolreglement gewoon basisonderwijs en de infobrochure wordt bij elke inschrijving van leerlingen nadien bij deze wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via een elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.

    • Besparingsplan de Lijn - brief minister van Mobiliteit - kennisname

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Het lokaal bestuur ontving een brief van Vlaams minister van Mobiliteit, Annick De Ridder, inzake vragen omtrent het besparingsplan van De Lijn.

      Het schrijven gaat als volgt:

      Geachte mevrouw de burgemeester,

      Geachte leden van de gemeenteraad,

      In uw brief uit u uw bezorgdheid over de besparingsopdracht van De Lijn.

      Om het pad naar een Vlaams begrotingsevenwicht in 2027 te behouden, staat de Vlaamse Regering in 2026 voor een ongeziene besparingsoefening van 1,5 miljard euro. Elk beleidsdomein levert hierbij een inspanning, zo ook De Lijn met een bijdrage van 35,5 miljoen euro. Enkel als elk beleidsdomein zijn deel opneemt, kunnen we het begrotingsevenwicht waarborgen.

      Voor deze besparingsopdracht heeft De Lijn gekeken naar de lijnen en ritten met de laagste bezetting, om de impact voor de reiziger maximaal te beperken en optimalisaties inefficiënte ritten (bijvoorbeeld twee buslijnen die hetzelfde traject doen, een bus die parallel rijdt met de trein,...).

      Binnen de vervoerregio hadden jullie de moeilijke taak om deze besparingsdoelstellingen te vertalen in een aangepast aanbod. Daarenboven was de deadline kort wat de oefening allerminst eenvoudig maakte.

      Daarnaast werd vastgesteld dat de Raad van Bestuur een bijkomende inspanning van 17 miljoen euro had goedgekeurd. Recent heeft de Vlaamse Regering evenwel beslist dat deze oefening voor minstens 8,5 miljoen op eigen werking dient te worden behaald. Concreet vertaalde de Raad van Bestuur dit in de beslissing dat er Vlaanderenbreed 8,5 miljoen euro minder moet worden geoptimaliseerd, wat de totale inspanning op het aanbod op 44 miljoen euro brengt.

      Ik wil jullie bedanken voor alle inspanningen die jullie geleverd hebben om binnen de vervoerregio mee na te denken over de operationalisering van deze budgettaire targets.

      Niemand vindt het fijn om te moeten besparen maar deze optimalisatieoefening is echt we! nodig. Dat heeft de Vlaamse Regering ook meermaals bevestigd.

      De finale voorstellen vanuit De Lijn zullen dan ook worden omgezet in een aangepaste dienstregeling die van start kan gaan op 1 juli 2026. Graag jullie begrip voor deze beslissing, die op geen enkele wijze afbreuk doet aan mijn appreciatie voor jullie engagement en signalen in en vanuit de vervoerregio's.

      U wijst terecht op het belang van een geïntegreerd ticketsysteem en betere overstapmogelijkheden tussen bus en trein. De Vlaamse Regering onderschrijft dit volledig: ticketintegratie blijft een structurele ambitie, en er lopen hierover gesprekken tussen openbaarvervoeroperatoren en de verschillende overheden.

      Ik stel voor om, samen met u, nu de blik te richten op het uitbreidingsbeleid dat op de agenda blijft; 50 miljoen euro extra In 2027 en 125 miljoen euro structureel vanaf 2029.

      Zoals bepaald in het regeerakkoord zal ik de Vervoersautoriteit de opdracht geven om, ter voorbereiding van dit uitbreidingsbeleid, de verschillende vragen van de vervoerregio's te analyseren en te toetsen aan de principes van basisbereikbaarheid, de ambities inzake modal shift en de aanpak van vervoersarmoede. Daarbij wordt tevens in kaart gebracht welke versterkingen het grootste effect hebben op de vervoersvraag en op het wegwerken van 'blinde vlekken', zonder de kostendekkingsgraad en planningsefficiëntie uit het oog te verliezen.

      Op basis hiervan kan een beslissing worden genomen over de verdeling van het uitbreidingsbeleid, zodat het overleg binnen de vervoerregioraden tijdig kan starten met het oog op invoering vanaf 2027.

      Daarnaast heb ik ook De Lijn de opdracht gegeven om in de toekomst werk te maken van een duidelijkere tijdslijn voor overleg met de vervoerregio's en ook meer transparantie (en stabiliteit) over de budgettaire cijfers.

      Ik hoop ook dan te kunnen rekenen op uw inzet binnen de vervoerregio om een zo sterk mogelijk nieuw aanbod uit te tekenen waarmee we zoveel mogelijk bijkomende reizigers kunnen aantrekken.

      In de hoop u hiermee voldoende te hebben ingelicht, verblijf ik.

      Met alle achting.

      Annick De Ridder

      Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport.

      BESLUIT:

      Artikel 1: Kennisname van de brief van de minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport inzake de vragen omtrent het besparingsplan van De Lijn.

    • RUP Verblijfsrecreatie - vaststelling - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Aanleiding

      Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Verblijfsrecreatie wordt opgemaakt in uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) Grobbendonk. In het GRS wordt in het bindend gedeelte gesteld dat in overleg met de provincie moet worden gezocht naar een oplossing voor de permanente bewoners van de weekendverblijven.

      Het oorspronkelijk gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) van Grobbendonk werd vastgesteld in 2006. Samen met de definitieve vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen op 26 oktober 2023, besliste de provincieraad van Antwerpen om een aantal onderdelen uit het GRS aan te duiden als niet langer geldig. Deze onderdelen werden uit het GRS geschrapt. In het beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen wordt geen specifieke visie opgenomen aangaande de zonevreemde clusters weekendverblijven.

      Doelstellingen RUP

      Binnen de gemeente bevinden er zich zes gebieden die in de jaren 1970 bestemd werden voor verblijfsrecreatie op het gewestplan en waarvan de bestemming tot op heden nooit gewijzigd werd. Deze gebieden hebben echter al zeer lang geen toeristische verblijfswaarde meer of sommige gebieden hebben dit nooit gehad.

      Met een RUP wenst de gemeente een duidelijk kader te formuleren over wat kan en wat niet kan in deze gebieden. Gezien de reeds jarenlange spagaat tussen de (deels gedoogde) situatie op het terrein en het juridisch kader is handhaving en juridische rechtszekerheid vandaag minder eenvoudig.

      Voorliggend RUP zal aan de hand van nieuwe voorschriften en een ruimtelijke visie hier een antwoord op bieden. Gezien de ligging van de verblijven, worden specifieke voorschriften geformuleerd (bv. kleinere volumes/verhardingsgraad en strengere voorschriften voor de tuinzones.

      Juridische grondslag: het grondrecht op wonen

      Voorliggend RUP vindt zijn juridische grondslag in het grondrecht op wonen, zoals verankerd in artikel 23, derde lid, 3° van de Grondwet, artikel 1.5 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 11 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (ECOSOC-verdrag). Deze bepalingen verplichten de overheid om de nodige initiatieven te nemen om het effectieve genot van het recht op wonen te bevorderen. Het stilzitten van de bevoegde regelgever, wanneer burgers reeds decennialang in een feitelijke woonsituatie verkeren, moet als een schending van de zorgvuldigheidsplicht worden gezien.

      Uit artikel 23 van de Grondwet vloeit een standstill-verplichting voort: de overheid mag niets ondernemen dat ingaat tegen bestaande uitvoeringsmaatregelen van het grondrecht op wonen. Het GRS voorzag weliswaar in een uitdoofbeleid, maar dat beleid is nooit geïmplementeerd. De bewoners hebben gedurende 30 tot 40 jaar een feitelijke woonsituatie opgebouwd. Een gedwongen uitdoving zou deze standstill-verplichting schenden.

      Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het arrest Yordanova t. Bulgarije (24 april 2012, nr. 25446/06) geoordeeld dat gedwongen uitzettingen van langdurige bewoners uit informele nederzettingen een schending kunnen uitmaken van artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven), tenzij de overheid kan aantonen dat de uitzetting proportioneel is en dat er adequate herhuisvestingsmogelijkheden zijn voorzien. Het EHRM vereist een individuele beoordeling van de proportionaliteit en legt een bijzondere beschermingsplicht op ten aanzien van kwetsbare groepen. Deze rechtspraak is rechtstreeks relevant voor de weekendzones van Grobbendonk, waar kwetsbare bewoners reeds decennialang permanent verblijven.

      Juridisch kader

      Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering in zitting van 27 maart 2009, 3 april 2009 en 24 april 2009, en latere wijzigingen.

      Bijkomende motivering

      Proportionaliteitstoets

      De gemeente heeft de proportionaliteit van de verschillende opties afgewogen. Een uitdoofbeleid of een gedwongen uitzetting van de bewoners zou een disproportionele inbreuk vormen op het grondrecht op wonen, gelet op: (1) de lange duur van de feitelijke bewoning (30 tot 40 jaar), (2) de kwetsbaarheid van de bewoners, (3) het ontbreken van adequate herhuisvestingsmogelijkheden, en (4) de financiële en materiële onhaalbaarheid van een grootschalige herhuisvestingsoperatie. De planologische oplossing via voorliggend RUP is de minst ingrijpende maatregel die recht doet aan zowel het grondrecht op wonen als aan de doelstellingen van een goede ruimtelijke ordening. Het RUP legt immers strikte stedenbouwkundige voorschriften op die de ruimtelijke impact beperken en het groene karakter van de deelgebieden waarborgen.

      Bij een uitdoofbeleid of een weigering om een planologische oplossing te bieden, zou de burgemeester na het verstrijken van het aanvullend woonrecht (2029, respectievelijk 2039) verplicht zijn om woonverboden af te dwingen op grond van artikel 5.4.3 VCRO en om herhuisvestingen te organiseren op grond van artikel 135, §2 Nieuwe Gemeentewet en artikel 3.32 Vlaamse Codex Wonen van 2021. De gemeente beschikt niet over de financiële noch materiële middelen om een dergelijke grootschalige herhuisvestingsoperatie te organiseren. Voorliggend RUP biedt een planologische oplossing die deze humanitaire problematiek voorkomt.

      Artikel 1.1.4 van de VCRO bepaalt bijkomend het volgende:

      “De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.”

      De gemeente is dus verplicht om de sociale realiteit gelijktijdig af te wegen tegen de ruimtelijke aspecten.

      De juridische analyse die aan de basis ligt van deze motivering werd opgemaakt door de gemeente en is als bijlage bij dit besluit gevoegd (document “Analyse recht op wonen”). Deze analyse onderbouwt de hierboven uiteengezette juridische argumentatie.

      Pilootproject-karakter van het RUP

      Voorliggend RUP heeft een innovatief en pilootproject-karakter. Het is één van de eerste gemeentelijke planningsinitiatieven in Vlaanderen dat de weekendverblijfproblematiek op een geïntegreerde wijze aanpakt, in een context waarin de provincie haar planningsopdracht niet heeft waargemaakt. De gemeente neemt hiermee het voortouw in een dossier dat decennialang is blijven aanslepen en biedt een juridisch kader dat als voorbeeld kan dienen voor andere Vlaamse gemeenten die met een vergelijkbare problematiek worden geconfronteerd.

      Gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan

      De gemeente overweegt de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan ter vervanging van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) uit 2006. Dit omdat het GRS verouderd is. Er zal verder worden bekeken of de weekendverblijven wee opgenomen worden in het beleid. Het RUP Verblijfsrecreatie anticipeert hierop en biedt een dringende oplossing voor de permanente bewoners, die niet kan wachten op de voltooiing van het beleidsplan. Het aanvullend woonrecht vervalt immers in 2029, respectievelijk 2039. De opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan is een traject van meerdere jaren, terwijl de bewoners nu dringend nood hebben aan juridische rechtszekerheid. Het RUP Verblijfsrecreatie is een vertaling van een dringende beleidsnood, die later zal worden vertaald in het nieuwe gemeentelijk beleidsplan.  

      Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)

      Grobbendonk is volledig gelegen in het buitengebied m.u.v. een klein deel ter hoogte van industrieterrein Wolfstee dat mogelijks mee in het kleinstedelijk gebied van Herentals werd opgenomen. Het RSV geeft diverse doelstellingen voor de ontwikkeling van het buitengebied waaronder:

      • het vrijwaren van het buitengebied voor de essentiële functies;
      • het tegengaan van versnippering in het buitengebied;
      • het bundelen van de ontwikkeling in kernen van het buitengebied;
      • het ontwikkelen van landbouw, natuur en bossen in goed gestructureerde gehelen;
      • het bereiken van gebiedsgerichte ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied;
      • het afstemmen van het ruimtelijk beleid en van het milieubeleid o.b.v. het fysisch systeem;
      • het herwaarderen van de bestaande bossen;
      • het concentreren van wonen en werken in de kernen van het buitengebied.

      Natuur, landbouw, bos, wonen en werken worden beschouwd als de structuurbepalende functies in het buitengebied, de functies toerisme en recreatie niet.

      Hoewel het RSV permanente bewoning in recreatiezones principieel afwijst, schrijft het evenzeer voor dat de evaluatie van weekendverblijven moet vertrekken van de feitelijke toestand ter plaatse. In Grobbendonk is die feitelijke toestand ondubbelzinnig: de betrokken terreinen worden reeds 30 tot 40 jaar permanent bewoond en hebben daardoor nagenoeg elke pure recreatieve of toeristische waarde verloren. Het RSV voorziet voor dergelijke situaties uitdrukkelijk in de mogelijkheid om te onderzoeken welke terreinen op termijn als volwaardig of bijzonder woongebied kunnen worden ingericht voor specifieke woonvormen. Het voorliggende RUP geeft aan die methodiek precies uitvoering: het verzoent, overeenkomstig artikel 1.1.4 VCRO en de daarin vervatte verplichting om rekening te houden met de sociale gevolgen van bestemmingswijzigingen, de sociale realiteit met de ruimtelijke draagkracht van het gebied. Het RUP wijkt bijgevolg niet af van de visie van het RSV, maar vormt er de planologische vertaling van, toegepast op de concrete situatie in Grobbendonk.

      De gemeente erkent dat deze RSV-visie een richtinggevend principe vormt. Zij merkt evenwel op dat het RSV dateert van 1997, met een oorspronkelijke planningshorizon 2007. De ruimtelijke realiteit is sindsdien ingrijpend gewijzigd en de permanente bewoning in de weekendzones is een vaststaand feit geworden. Het RUP zal de juridische realiteit in overeenstemming brengen met de feitelijke realiteit van de afgelopen 40 jaar. De gemeente stelt vast dat het RSV-principe moet worden afgewogen tegen andere belangen, waaronder het grondrecht op wonen (artikel 23 Grondwet, artikel 8 EVRM). Het RSV-principe van gedeconcentreerde bundeling is gericht op het vermijden van nieuwe verspreide bebouwing in de open ruimte, niet op het ontkennen of tenietdoen van reeds 30 tot 40 jaar bestaande bewoningspatronen. Voorliggend RUP beoogt niet het plannen van nieuwe woonontwikkeling in de open ruimte, maar het bestendigen van een decennialange feitelijke bewoning.

      Verhouding van de geïsoleerde deelgebieden tot het RSV-principe van gedeconcentreerde bundeling

      De gemeente erkent dat de deelgebieden Eisterlee, Boshoven-Heirbaan en Hooidonk niet aansluiten bij bestaande woonkernen. Zij poogt niet om deze feitelijkheid te ontkennen of te minimaliseren. De motivering voor de bestendiging van deze deelgebieden is evenwel niet gestoeld op een klassieke woonbehoefteanalyse of een bundelingstoets, maar op het grondrecht op wonen van de huidige bewoners, die in deze gebieden reeds 30 tot 40 jaar permanent verblijven. De afweging tussen het RSV-principe en het grondrecht op wonen valt in het voordeel van de bewoners.

      Deelgebied Eisterlee: Dit deelgebied vormt een compact cluster dat voor ca. 70% permanent wordt bewoond sinds de jaren 1980. Het merendeel van de constructies is vergund als weekendverblijf. Het gebied vormt een woonenclave op zich. Het ligt weliswaar geïsoleerd in bosgebied, maar net die inbedding in het bos maakt dat de impact op de open ruimte beperkt is. De bebouwing is niet zichtbaar vanuit de omgeving en vormt geen precedent voor verdere verstedelijking. De voorschriften leggen een minimale bebossingsgraad van 50% op, waardoor het bosrijke karakter wordt bestendigd.

      Deelgebied Boshoven-Heirbaan: Dit deelgebied vormt een uitgestrekte cluster die volledig is omgeven door bos. Meer dan de helft van de percelen wordt permanent bewoond. De stedenbouwkundige voorschriften zijn bijzonder strikt: een minimale bebossingsgraad van 50% per perceel, een maximum grondoppervlakte van 100 m², een verbod op nieuwe bijgebouwen, en een beperking van verharding tot 10%. Het bosrijke karakter van het gebied wordt door het RUP versterkt, niet aangetast. De inbedding in het bosgebied maakt dat de impact op de open ruimte nihil is.

      Deelgebied Hooidonk: Dit deelgebied vormt een beperkt cluster met bewoning sinds de jaren 1980. De stedenbouwkundige voorschriften bevatten strikte beperkingen: een maximum grondoppervlakte van 100 m² (deelzones B en C), respectievelijk 200 m² (deelzone A), een verbod op nieuwe bijgebouwen (behalve maximaal 10 m²), en strikte inrichtingsvoorschriften. De bijkomende bebouwingsmogelijkheden zijn feitelijk beperkt tot een drietal percelen. Het RUP beperkt aldus de verdere ruimtelijke aansnijding, conform de voorwaarde van de VMM.

      Verhouding tot het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen (PBRA)

      Het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen (PBRA) is een beleidsplan dat geen verordenende kracht heeft. Op grond van artikel 2.1.2, §2 VCRO heeft een beleidsplan slechts een richtinggevende werking en kan het geen afbreuk doen aan de autonome planningsbevoegdheid van de gemeente op grond van artikel 2.2.1, §1 VCRO. De gemeente neemt kennis van het provinciale standpunt en begrijpt de beleidsmatige bezorgdheden die daaraan ten grondslag liggen. Zij stelt evenwel vast dat er tot op heden geen bovenlokaal planningsinitiatief is genomen dat een concreet oplossingskader biedt voor de permanente bewoners van de weekendzones in Grobbendonk. Bij gebrek aan een dergelijk kader acht de gemeente het haar verantwoordelijkheid om, binnen de haar toegekende planningsbevoegdheid, zelf het initiatief te nemen. De gemeente kan het beleid van de provincie niet als argument aanwenden om de rechtszekerheid van haar eigen inwoners op de lange baan te schuiven. De afweging tussen het PBRA en het grondrecht op wonen valt in het voordeel van de bewoners. Het PBRA verzet zich weliswaar tegen de herbestemming naar woongebied, maar voorziet zelf geen oplossing voor de bewoners die reeds 30 tot 40 jaar permanent in de weekendzones verblijven en die bij een uitdoofbeleid zouden worden geconfronteerd met herhuisvestingsproblemen waarvoor de gemeente noch de financiële, noch de materiële draagkracht heeft.

      Relatie met het beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen

      Met het definitieve vastgesteld Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen (26 oktober 2023), besliste de provincieraad van Antwerpen om een aantal onderdelen uit het GRS aan te duiden als niet langer geldig. Deze onderdelen werden uit het GRS geschrapt. De nog geldende elementen uit het GRS zijn, toegepast op de zone voor weekendverblijven, als volgt:

      • deelgebied Groene vallei: één optie tot invulling werd behouden, namelijk "een combinatie van boscompensatie en recreatie’. De optie houdt het volgende in:

      De zone deels bebossen (ongeveer 0,50 ha) ter compensatie van de uitbreiding van het kerkhof. Dit kan gekoppeld worden aan een recreatieve ontwikkeling (ongeveer 0,60 ha). Het bos kan dan eventueel op lange termijn als speelbos worden gebruikt door kinderen uit de buurt. De JF. Willemsstraat wordt doorgetrokken en geeft aansluiting op het woonuitbreidingsgebied dat ten westen van de Groene Vallei ligt. De Fabiolalaan loopt dood (maar hoeft niet perse). Achter de lange rij van 12 woningen loopt een langzame verkeersverbinding.

      In het beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen wordt geen specifieke visie opgenomen aangaande zonevreemde clusters aan weekendverblijven.

      Relatie met het GRS (Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Grobbendonk)

      Binnen het hoofdstuk ‘gewenste toeristisch-recreatieve structuur’ van het GRS (p. 128) wordt volgend richtinggevend concept geformuleerd: “De gemeente wenst het recreatief karakter van de zone voor weekendverblijven te behouden en voor de permanente bewoning, in overleg met de provincie, naar een gepast uitdovingsbeleid te zoeken.” Voorliggend RUP wijkt af van dit richtinggevend concept inzake het uitdoofbeleid. Deze afwijking is juridisch toegelaten op grond van oud artikel 2.1.2, §3 VCR, dat bepaalt dat het richtinggevend gedeelte van een structuurplan geen bindende kracht heeft en waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen.

      De afwijking van het richtinggevend gedeelte van het GRS wordt gerechtvaardigd aan de hand van een drieledige argumentatie:

      Gewijzigde feitelijke omstandigheden sinds 2009: De permanente bewoning is sinds de vaststelling van het GRS verder toegenomen en bestendigd. In vijf van de zes deelgebieden wonen mensen al 30 tot 40 jaar permanent (sinds de jaren 1980). De bewoners zijn overwegend kwetsbaar en een uitdoofbeleid zou leiden tot herhuisvestingsproblemen waarvoor de gemeente noch de financiële, noch de materiële draagkracht heeft. Het grondrecht op wonen (artikel 23, derde lid, 3° Grondwet, artikel 1.5 Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 8 EVRM, artikel 11 ECOSOC-verdrag) verplicht de overheid om de nodige initiatieven te nemen om het effectieve genot van dit recht te bevorderen. Het stilzitten van de bevoegde regelgever moet gezien worden als een onhoudbare spanning met de zorgvuldigheidsplicht en het evenredigheidsbeginsel. Bovendien geldt artikel 23 Grondwet als een standstill-verplichting: de overheid mag niets ondernemen dat ingaat tegen bestaande uitvoeringsmaatregelen van het grondrecht op wonen. Het GRS voorzag weliswaar in een uitdoofbeleid, maar dat beleid is nooit geïmplementeerd, waardoor de bewoners feitelijk een woonsituatie hebben opgebouwd die nu niet zonder meer ongedaan kan worden gemaakt.

      Provinciale planningsinertie: Het GRS ging uit van een oplossing in samenwerking met de provincie. De provincie heeft echter nooit een PRUP opgesteld voor de weekendzones van Grobbendonk, heeft nooit een planningsinitiatief ondernomen en heeft evenmin het in het GRS voorziene overleg gestructureerd aangeboden. Na bijna 17 jaar wachten is de gemeente genoodzaakt om zelf de regie te nemen.

      Decretaal oplossingskader: Het Aanpassings- en Aanvullingsdecreet van 27 maart 2009 (artikelen 5.4.1-5.4.4 VCRO) heeft een kader gecreëerd dat uitdrukkelijk voorziet in een planologisch oplossingskader voor permanent bewoonde weekendverblijven. Het aanvullend woonrecht loopt af in 2029, respectievelijk 2039. Zonder planologische oplossing via een RUP dreigt na afloop van het woonrecht een humanitaire problematiek: de burgemeester zou verplicht worden woonverboden uit te spreken (artikel 5.4.3 VCRO) en herhuisvestingen te organiseren waarvoor de gemeente de middelen niet heeft.

      De gebiedsgerichte visie uit het GRS (p. 129-130) wordt als ondersteunend argument vermeld. In het GRS wordt gesteld: "De weekendzones Hooidonk, Hanekam, Boshoven-Heirbaan en Eisterlee worden behouden als zone voor verblijfsrecreatie. De gemeente wenst te suggereren naar de provincie om rekening te houden met het sociale aspect en ingeval van woonverbod een generatie-uitdoofbeleid te voeren. In overleg met de provincie moet gezocht worden naar een oplossing voor de permanente bewoners van de weekendverblijven. Dit kan eventueel leiden tot het bijkomend aansnijden van woongebied." De passage "dit kan eventueel leiden tot het bijkomend aansnijden van woongebied" wordt in haar juiste context geplaatst: als subsidiaire mogelijkheid die de gemeenteraad thans concrete invulling geeft, nu het primaire concept van uitdoofbeleid onhaalbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar is gebleken. De gebiedsgerichte visie vormt aldus niet langer de primaire grondslag voor de concordantie met het GRS, maar wel een ondersteunend argument dat aantoont dat het GRS zelf reeds met de mogelijkheid van een alternatieve oplossing rekening hield.

      Verwerking van de doelstellingen in het RUP

      Het GRS stelt dat camping Heide (nu De Kloek) behouden blijft als toeristisch uitgebate camping. Voorliggend RUP herbestemd dit deelgebied naar woonparkgebied. De visie van voorliggend RUP voor deelgebied De Kloek is aldus niet in overeenstemming met de visie van het oorspronkelijk GRS uit 2006. Deze afwijking wordt gerechtvaardigd omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften en dringende sociale en economische redenen, zoals hierna toegelicht.

      De feitelijke evolutie sinds de opmaak van het GRS documenteert de noodzaak van deze afwijking. Ten tijde van de opmaak van het GRS (2006) was ter hoogte van verblijfsrecreatiegebied De Kloek nog camping Heide aanwezig. Deze camping ging echter reeds eind jaren 1990 failliet en de functie verblijfsrecreatie werd definitief verlaten. In 2001-2002 werd de speeltuin aan de voorzijde gerenoveerd en werden de voormalige weekendverblijven verhuurd voor permanente bewoning, inspelend op de woonnood en de woonfunctie in de omgeving. Het terrein is sindsdien volledig in gebruik als woningen: op 79 aparte loten is bewoning geregistreerd. Geen enkel pand wordt nog voor recreatieve doeleinden gebruikt. De weekendverblijven zijn grotendeels vergund of vergund geacht.

      De effectieve realisatie van een campingbestemming is geen taakstelling van de gemeente. De gemeente stelt de bestemmingsvoorschriften vast die een kader bieden voor ruimtelijke ontwikkelingen, maar zij kan private partijen niet verplichten om een bepaalde functie daadwerkelijk te realiseren. Het feit dat na meer dan 25 jaar geen enkele private partij het initiatief heeft genomen om de campingfunctie op dit terrein te herstellen, is een objectieve indicatie dat de markt voor deze locatie geen campingpotentieel ziet. Dit is een feitelijk gegeven dat de gemeente niet kan negeren bij haar planningsopdracht. Het terrein is reeds volledig ingevuld met bewoning, de bodem is volgens de bodemkaart volledig antropogeen, en een terugkeer naar de campingfunctie zou een grootschalige verwijdering van bewoners en bebouwing vereisen, hetgeen financieel, sociaal en juridisch (recht op wonen) onaanvaardbaar is.

      Het alternatievenonderzoek voor deelgebied De Kloek wordt hiermee impliciet gevoerd. Het behoud van de campingbestemming is feitelijk onmogelijk geworden door de quasi volledige inname van het terrein met woonbebouwing. Een openruimtebestemming zou een herhuisvesting van alle 50 geregistreerde bewoners vereisen, waarvoor de gemeente noch de financiële, noch de materiële draagkracht heeft en die strijdig zou zijn met het grondrecht op wonen (artikel 23, derde lid, 3° Grondwet, artikel 8 EVRM). De afwijking van het GRS is geen aanleiding om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied in het gedrang te brengen, integendeel: zij biedt juridische rechtszekerheid aan de bewoners en laat toe om via aangepaste stedenbouwkundige voorschriften het groene en kleinschalige karakter van de woonparkomgeving te waarborgen.

      Conformiteit met het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen: Het RUP laat via haar nieuwe voorschriften geen detailhandel toe in de woonparkomgeving. Op deze manier is het RUP in overeenstemming met de visie van het Beleidsplan Ruimte, dat stelt dat detailhandel primair thuishoort in de kern. De aanwezige detailhandel in zone De Kloek zal aldus uitdoven.

      Voor de overige deelgebieden motiveren volgende bijkomende argumenten de afwijking van het RUP t.o.v. het GRS:

      • sterk gewijzigde ruimtelijke context;
      • de verblijfsrecreatieve functie is hier volledig achterhaald;
      • de doelstelling van een planningsproces is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, de ruimtelijke structuur en het nastreven van een goede ruimtelijke ordening ter hoogte van het plangebied en dit kan met nieuwe voorschriften die afgestemd zijn op de woonparkomgeving beter bewerkstelligd worden, dan met de huidige voorschriften.

      Onder het hoofdstudie ‘gewenste ruimtelijke structuur Grobbendonk centrum’ wordt de algemene visie aangaande de zone voor verblijfsrecreatie ex-camping De Groene Vallei, gelegen in de kern, iets genuanceerd door het GRS.

      In het GRS wordt de zone voor verblijfsrecreatie Groene Vallei (ex-camping) niet behouden als zone voor verblijfsrecreatie en zal ze worden herbestemd. Het is immers weinig waarschijnlijk dat zich hier een nieuwe camping komt vestigen. Bovendien wenst de gemeente op deze manier te verhinderen dat er een bijkomende weekendzone wordt ontwikkeld en zo bijkomende permanente bewoning wordt gecreëerd. Verschillende opties m.b.t. een nieuwe ruimtelijke invulling worden in het GRS afgewogen.

      Met de goedkeuring van het beleidsplan Ruimte provincie Antwerpen (26 oktober 2023) wordt er slechts één optie behouden, nl. ‘een combinatie van boscompensatie en recreatie’. Zowel het GRS als het Beleidsplan Ruimte overwegen een herbestemming van de site Groene Vallei, omdat het weinig waarschijnlijk is dat zich hier een nieuwe camping zou vestigen. De gemeente wenst te vermijden dat het terrein verkaveld wordt door individuele weekendverblijven (met als vermoedelijk einddoel permanente bewoning).

      Het deelgebied Groene Vallei wordt niet opgenomen in het RUP.

      In het bindend gedeelte van het GRS wordt gesteld dat voor alle deelgebieden in overleg met de provincie moet gezocht worden naar een oplossing voor de permanente bewoners van de weekendverblijven. Dit kan eventueel leiden tot het aansnijden van bijkomend woongebied. Het RUP heeft als doel de invulling van deze intenties concreet te maken. De gemeente stelt vast dat het vereiste overleg met de provincie heeft plaatsgevonden, zij het niet via formele overlegvergaderingen, maar via het decretaal voorziene adviesproces: de provincie is betrokken geweest via haar advies bij de startnota, haar advies bij het voorontwerp en de plenaire adviesronde.

      Het provinciaal advies is ongunstig. De kern van het provinciaal advies is dat de herbestemming van verblijfsrecreatiegebieden naar woonparkgebied niet in overeenstemming is met de oorspronkelijke visie van het GRS en dat de provincie principieel pleit voor het behoud van de recreatieve bestemming of een uitdoofbeleid. De gemeente neemt kennis van dit advies, doch stelt vast dat de provincie weliswaar ongunstig adviseert, maar zelf gedurende bijna 17 jaar geen enkel planningsinitiatief heeft ondernomen om een oplossing te bieden voor de weekendzones van Grobbendonk. De provincie heeft nooit een PRUP opgesteld, heeft nooit het in het GRS voorziene overleg gestructureerd aangeboden en heeft evenmin een alternatief oplossingskader voorgesteld. De gemeente betreurt dat de opeenvolgende ongunstige adviezen vooralsnog niet vergezeld zijn gegaan van een eigen planningsinitiatief of een uitnodiging tot gezamenlijk overleg, en spreekt de wens uit om alsnog in constructief partnerschap met de provincie naar een gedragen oplossing te zoeken.

      De gemeente verwijst in dit verband naar de rechtspraak van de Raad van State (RvS 16 maart 2021, nr. 250.113, Dekoker), waarin werd bevestigd dat het verstrijken van de termijn vermeld in artikel 5.4.2 VCRO de planningsbevoegdheid van de gemeente niet ontneemt. Naar analogie geldt dat het feit dat de provincie geen medewerking verleent aan een gezamenlijke oplossing, de planningsbevoegdheid van de gemeente blokkeert. De gemeente beschikt op grond van artikel 2.2.1, §1 VCRO over een eigen planningsbevoegdheid die zij zelfstandig kan uitoefenen.

      De gemeente concludeert dat zij, na bijna 17 jaar te hebben gewacht op een gezamenlijke oplossing met de provincie die er nooit is gekomen, zich genoodzaakt ziet om zelfstandig gebruik te maken van haar planningsbevoegdheid op grond van artikel 2.2.1, §1 VCRO. Zij geeft hiermee concrete invulling aan de opdracht uit het bindend gedeelte van het GRS om een oplossing te zoeken voor de permanente bewoners van de weekendverblijven. Het feit dat de gemeente deze opdracht thans zelfstandig vervult, is een rechtstreeks gevolg van de provinciale planningsinertie en doet geen afbreuk aan de conformiteit van het RUP met het bindend gedeelte van het GRS, dat immers een resultaatsverplichting inhoudt (het zoeken naar een oplossing) en geen procedureverplichting (het bereiken van consensus met de provincie).

      Verhouding tot de woonbehoefte

      Het primaire doel van voorliggend RUP is niet het creëren van nieuw woonaanbod ter invulling van een woonbehoefte, maar het bieden van rechtszekerheid aan de huidige bewoners en het regulariseren van een decennialange feitelijke situatie. Er dient een scherp onderscheid te worden gemaakt tussen het creëren van nieuw woonaanbod enerzijds en het bestendigen van bestaande feitelijke bewoning anderzijds. Voorliggend RUP beoogt dit laatste. De weekendbewoners woonden er ook al ten tijde van de opmaak van het GRS.

      De provincie stelt vast dat de woonbehoefte in Grobbendonk reeds ruimschoots is ingevuld: 751 bijkomende woningen werden gerealiseerd tegenover een geraamde behoefte van 289 woningen. De gemeente neemt kennis van deze vaststelling, doch merkt op dat de ca. 178 reeds bewoonde percelen in de weekendzones in deze cijfers reeds zijn meegeteld als bestaande woningen. Het RUP creëert aldus geen netto-nieuw woonaanbod ter hoogte van deze percelen, maar bestendigt louter de bestaande feitelijke situatie. De discrepantie die de provincie vaststelt, is niet het gevolg van voorliggend RUP, maar van ontwikkelingen die reeds decennia geleden hebben plaatsgevonden.

      Voor wat betreft de ca. 125 onbebouwde percelen die binnen het plangebied bijkomend bebouwbaar worden, wijst de gemeente op de strikte stedenbouwkundige voorschriften die de ruimtelijke impact beperken: een maximum bouwhoogte van 7 meter, een maximum grondoppervlakte hoofdgebouw van 100 m² (respectievelijk 200 m² in Hooidonk deelzone A), een bebouwingspercentage (B/T) van 0,10 tot 0,20, uitsluitend eengezinswoningen in open bouworde, een verkavelingsverbod, een minimale bebossingsgraad van 50% per perceel (Boshoven-Heirbaan, Hanekam, Eisterlee) en een verbod op nieuwe bijgebouwen. Dit zijn aanzienlijk striktere voorschriften dan in een regulier woongebied, waardoor een vergelijking met klassiek woonaanbod niet opgaat.

      Het RUP creëert aldus geen klassieke woonbestemming, maar een sui generis-bestemmingscategorie ("woongebied met bosrijk karakter", "woongebied met landelijk karakter", "woonparkgebied") die qua schaal, dichtheid en voorschriften fundamenteel verschilt van een regulier woongebied. Artikel 5.4.2, derde lid VCRO bepaalt overigens uitdrukkelijk dat "de planologische oplossingen niet [worden] aangerekend op de gemeentelijke woonquota, zoals bepaald door het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen" en dat zij "evenmin [worden] meegerekend in de berekening van de woonbehoeften in het kader van de structuurplanning." De wetgever heeft aldus zelf voorzien dat planologische oplossingen voor permanent bewoonde weekendverblijven buiten de woonbehoefte-toetsing vallen. Het bezwaar van de provincie inzake de woonbehoefte mist derhalve juridische grondslag.

      Behandeling van de onbebouwde percelen binnen de clusters

      Voorliggend RUP kent aan de onbebouwde percelen binnen de afgebakende clusters dezelfde bestemming toe als aan de bebouwde percelen. De gemeente neemt hiermee een duidelijk standpunt in, dat wordt gedragen door een drieledige argumentatie.

      Ten eerste: de huidige bestemming (verblijfsrecreatie) is een harde bestemming. De onbebouwde percelen binnen de clusters zijn vandaag reeds juridisch bebouwbaar op grond van de gewestplanbestemming verblijfsrecreatie. Het RUP wijzigt de bouwmogelijkheden op deze percelen niet fundamenteel, maar verbetert integendeel het ruimtelijk kader door strengere voorschriften op te leggen dan vandaag gelden. De voorgestelde voorschriften (maximale bouwoppervlakte 100 m², bebossingsplicht van minimaal 50%, verkavelingsverbod, beperking van verharding tot 10%, verbod op nieuwe bijgebouwen behalve in Hooidonk maximaal 10 m²) zijn beduidend strenger dan wat vandaag op grond van de bestemming verblijfsrecreatie kan worden vergund. Het RUP leidt aldus tot een verstrenging, niet tot een versoepeling van het bouwregime.

      Ten tweede: het clusterprincipe. Het RUP zet in op het creëren van samenhangende, ruimtelijk coherente clusters. Het uitsluiten van individuele onbebouwde percelen die ingesloten liggen binnen bebouwde clusters zou ruimtelijke restsnippers opleveren. Dergelijke restsnippers zijn juridisch moeilijk beheersbaar (bestemmingsonduidelijkheid, handhavingsproblemen) en leveren geen noemenswaardige bijdrage aan de open ruimte, gezien hun geringe omvang en hun ingeslotenheid binnen de bebouwde structuur. Het clusterprincipe prevaleert aldus boven een perceelsgewijze benadering, en de onbebouwde percelen binnen de clusters dragen bij tot de ruimtelijke coherentie van de gebiedsvormgeving.

      Ten derde: percelen buiten de clusters worden wel degelijk uitgesloten van bebouwingsmogelijkheden. Het RUP maakt aldus een duidelijk onderscheid, maar op het niveau van de clusterafbakening en niet op perceelniveau. Percelen die buiten de compacte clusters liggen, worden niet opgenomen in de woonparkbestemming en behouden een bestemming die geen permanente bewoning toelaat. Het RUP differentieert aldus wel degelijk, maar op een ruimtelijk verantwoorde wijze die aansluit bij de feitelijke en ruimtelijke logica van de deelgebieden.

      In de startnota werd aanvankelijk de piste onderzocht om onbebouwde percelen naar open ruimte te herbestemmen. Deze piste werd in het verdere planproces verlaten. De motivering hiervoor is drieledig: (1) het clusterprincipe prevaleert boven een perceelsgewijze benadering, (2) de onbebouwde percelen binnen de clusters dragen bij tot de ruimtelijke coherentie van de gebiedsvormgeving, en (3) een herbestemming naar open ruimte zou een onterecht verwachtingspatroon creëren bij eigenaars van percelen die vandaag reeds juridisch bebouwbaar zijn op grond van de harde gewestplanbestemming verblijfsrecreatie.

      Bespreking van de uitgebrachte adviezen

      Het voorontwerp RUP werd aan twee opeenvolgende plenaire adviesrondes onderworpen. Een eerste plenaire adviesronde vond plaats op 3 juli 2025 (startnota en scopingnota). Op verzoek van het Team MER werd een tweede plenaire adviesronde georganiseerd, die plaatsvond op 10 september 2025 (voorontwerp RUP, inclusief de aangevulde MER-screening). De individuele adviezen uit de tweede plenaire adviesronde werden ontvangen op de volgende data: Pidpa (6 juni 2025, briefnr. ALG 3340356), Agentschap voor Natuur en Bos (13 juni 2025, kenmerk 25-209154), Departement Omgeving (18 juni 2025, kenmerk 2.14/13010/109.1), Agentschap Landbouw en Zeevisserij (23 juni 2025, kenmerk 2025_004177_v1), VMM (25 juni 2025, kenmerk WT 2025 R 0773_1), Provincie Antwerpen (26 juni 2025, kenmerk GemRUP-2020-0011), Agentschap Wegen en Verkeer (26 juni 2025, kenmerk AV/114/2025/00534), De Lijn (14 juli 2025), Sport Vlaanderen (24 juli 2025), Toerisme Vlaanderen (26 juni 2025, kenmerk RUP_13010_214_00007_00001), Departement Onroerend Erfgoed (geen opmerkingen) en Gecoro Grobbendonk (vergadering 3 september 2025 – geen inhoudelijke opmerkingen op de aangevulde MER-screening; de advisering van het ontwerp RUP wenst de Gecoro op te nemen na de voorlopige vaststelling). Hierna volgt een overzicht van de uitgebrachte adviezen en de wijze waarop de gemeente hierop reageert.

      Provincie Antwerpen – ongunstig advies. De provincie adviseert ongunstig en formuleert de volgende bezwaren: (1) het RUP is niet in overeenstemming met het richtinggevend gedeelte van het GRS dat pleit voor behoud van het recreatief karakter en een uitdoofbeleid; (2) het RUP is strijdig met het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen; (3) er is geen woonbehoefte aangetoond en de woonbehoefte in Grobbendonk is reeds ruimschoots ingevuld (751 woningen gerealiseerd vs. 289 geraamd); (4) de onbebouwde percelen krijgen ten onrechte dezelfde bestemming als de bebouwde percelen.

      De gemeente weerlegt deze bezwaren als volgt. Ten eerste, de provincie brengt de rechten van de bewoners onvoldoende in rekening. Het grondrecht op wonen (artikel 23, derde lid, 3° Grondwet, artikel 1.5 Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 8 EVRM) verplicht de overheid om de nodige initiatieven te nemen om het effectieve genot van dit recht te bevorderen. De provincie pleit voor een uitdoofbeleid, maar negeert dat de bewoners reeds 30 tot 40 jaar permanent in de weekendzones wonen, dat zij overwegend kwetsbaar zijn, en dat een gedwongen uitdoving zou leiden tot herhuisvestingsproblemen waarvoor de gemeente noch de financiële, noch de materiële draagkracht heeft. Het standpunt van de provincie miskent de standstill-verplichting die voortvloeit uit artikel 23 Grondwet: de overheid mag niets ondernemen dat ingaat tegen bestaande uitvoeringsmaatregelen van het grondrecht op wonen.

      Ten tweede, de provinciale planningsinertie: de provincie adviseert ongunstig, maar heeft gedurende bijna 17 jaar zelf geen enkel planningsinitiatief ondernomen. De provincie heeft nooit een PRUP opgesteld, heeft nooit het in het GRS voorziene overleg gestructureerd aangeboden en heeft evenmin een alternatief oplossingskader voorgesteld. De gemeente kan niet eindeloos wachten op een provincie die zelf geen actie onderneemt. Ten derde, het clusterprincipe voor de onbebouwde percelen: deze percelen zijn vandaag reeds juridisch bebouwbaar op grond van de gewestplanbestemming verblijfsrecreatie. Het RUP leidt tot een verstrenging, niet tot een versoepeling van het bouwregime. Ten vierde, het sui generis-karakter van de bestemming relativeert de woonbehoeftediscussie: artikel 5.4.2, derde lid VCRO bepaalt uitdrukkelijk dat planologische oplossingen niet worden aangerekend op de gemeentelijke woonquota.

      Departement Omgeving – voorwaardelijk advies. Het Departement formuleert de volgende opmerkingen: (1) het RUP is niet in overeenstemming met het GRS; (2) er is geen woonbehoefte aangetoond; (3) het Departement beveelt de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan aan ter vervanging van het GRS. De gemeente reageert als volgt. De gemeente erkent de afwijking van het GRS en motiveert deze uitvoerig (zie hoger). De afwijking is juridisch toegelaten op grond van artikel 2.1.1 VCRO en wordt gerechtvaardigd door gewijzigde feitelijke omstandigheden, provinciale planningsinertie en het decretaal oplossingskader. De gemeente overweegt de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan ter vervanging van het GRS, maar dit mag het bieden van rechtszekerheid aan de huidige bewoners niet vertragen. Het aanvullend woonrecht vervalt in 2029, respectievelijk 2039, en de bewoners hebben dringend nood aan juridische zekerheid.

      Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) – voorwaardelijk gunstig advies. De VMM adviseert voorwaardelijk gunstig en formuleert twee voorwaarden. Ten eerste, de prioritaire aansluiting van Boshoven-Heirbaan op de riolering. De gemeente reageert dat uit de stedenbouwkundige voorschriften blijkt dat riolering moet worden aangesloten op de openbare rioleringen en dat bij ontbreken daarvan een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA) moet worden voorzien. De gemeente engageert zich om de aansluiting van Boshoven-Heirbaan op de bovengemeentelijke riolering met prioriteit te bepleiten bij de bevoegde rioolbeheerder.

      Ten tweede vraagt de VMM het bestendigen van de cluster Hooidonk zonder verdere ruimtelijke aansnijding. De gemeente reageert dat de stedenbouwkundige voorschriften voor Hooidonk de bebouwing beperken tot maximaal 100 m² (deelzones B en C), respectievelijk 200 m² (deelzone A), dat nieuwe bijgebouwen worden verboden (behalve maximaal 10 m²), en dat strikte inrichtingsvoorschriften gelden. De bijkomende bebouwingsmogelijkheden zijn feitelijk beperkt tot een drietal percelen. De gemeente concludeert dat aan de VMM-voorwaarden wordt voldaan.

      Toerisme Vlaanderen – gunstig advies met opmerkingen. Toerisme Vlaanderen vraagt om voor minstens één deelgebied de recreatieve bestemming te behouden. De gemeente wil nergens toerisme uitsluiten. Uit de stedenbouwkundige voorschriften blijkt dat tweede verblijven en solitaire vakantiewoningen als nevenfunctie worden toegelaten in de deelgebieden Boshoven-Heirbaan, Hooidonk, Eisterlee en Hanekam. De gemeente benoemt dit uitdrukkelijk als tegemoetkoming aan het advies van Toerisme Vlaanderen. Het recreatief medegebruik blijft aldus mogelijk in vier van de zes deelgebieden.

      Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) – gunstig advies onder voorwaarde. Het ANB vraagt een overdruk voor de boscorridor in Boshoven-Heirbaan. De gemeente reageert dat de stedenbouwkundige voorschriften voorzien in een minimale bebossingsgraad van 50% per perceel voor de deelgebieden Boshoven-Heirbaan, Hanekam en Eisterlee, alsook in de bescherming van bestaande bomen. De gemeente oordeelt dat hiermee aan de doelstelling van het ANB wordt tegemoetgekomen. Een formele overdruk werd niet opgenomen, doch de bebossingsplicht verzekert de realisatie van de boscorridor.

      Sport Vlaanderen – gedeeltelijk positief advies. Sport Vlaanderen beoordeelt het voorontwerp RUP gedeeltelijk positief. Voor de deelgebieden De Kloek, Hooidonk, Eisterlee, Boshoven-Heirbaan en Hanekam heeft Sport Vlaanderen geen bezwaar tegen de keuze voor een bestemming gerelateerd aan de hoofdcategorie wonen. Sport Vlaanderen stelt vast dat met de strikte en uitgebreide stedenbouwkundige voorschriften per deelplan de schaal van de woonwijken wordt beheerst.

      Voor het deelgebied Groene Vallei beoordeelt Sport Vlaanderen het RUP negatief. Sport Vlaanderen stelt dat, indien er gekozen wordt om voor deze zone vooral in te zetten op herbebossing en boscompensatie, een groene bestemming (bv. "bosgebied" of "overig groen") een betere keuze is dan "dagrecreatie met bosrijk karakter". De opgesomde mogelijkheden voor recreatie (wandelpad, zitbank, kleinschalig speeltuintje) kunnen volgens Sport Vlaanderen ook binnen een groene bestemming als recreatief medegebruik worden verwezenlijkt.

      Sport Vlaanderen merkt eveneens op dat met dit RUP in totaal meer dan 30 ha aan recreatiegebied verdwijnt en dat deze zones in andere planningsprocessen binnen de gemeente inzetbaar zouden moeten zijn.

      De gemeente reageert als volgt. De gemeente neemt kennis van het gedeeltelijk negatief advies van Sport Vlaanderen met betrekking tot het deelgebied Groene Vallei. Het deelgebied Groene Vallei wordt niet opgenomen in het RUP om voorgaande redenen.

      Overige adviesinstanties. De Lijn, Pidpa, Agentschap Landbouw en Zeevisserij, Agentschap Wegen en Verkeer en Onroerend Erfgoed hebben gunstig geadviseerd of geen bijkomende opmerkingen geformuleerd.

      Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (Gecoro) – gunstig advies. De Gecoro heeft gunstig geadviseerd zonder inhoudelijke opmerkingen.

      Voorontwerp RUP - procedurestappen

      De startnota werd goedgekeurd op 25 april 2022. Vervolgens werd de startnota van 2 mei 2022 t.e.m. 30 juni 2022 ter inzage gelegd. Op respectievelijk 9 mei 2022 en 18 mei 2022 werden er infomarkten georganiseerd. De scopingnota werd aangevuld met een natuurtoets en passende beoordeling. Binnen deze aanvulling werd ook aandacht besteed aan de bepalingen van het nieuwe stikstofdecreet.  

      Op verzoek van het Team MER werd, aansluitend op de eerste plenaire adviesronde van 3 juli 2025, een tweede plenaire adviesronde georganiseerd. Deze tweede plenaire adviesronde vond plaats op 10 september 2025. De adviezen en het verslag van deze tweede plenaire vergadering werden door de gemeente aan het planteam overgemaakt. Uit de tweede adviesronde zijn geen fundamenteel nieuwe bezwaren naar voren gekomen ten opzichte van de eerste ronde; de reeds ontvangen adviezen werden bevestigd en waar nodig aangevuld. De adviesinstanties die in de eerste ronde reeds advies hadden uitgebracht, hernamen grotendeels hun eerder standpunt. Bijkomend werd in de tweede ronde advies ontvangen van Sport Vlaanderen, Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn en Gecoro Grobbendonk. Alle adviezen uit beide plenaire adviesrondes zijn verwerkt in voorliggend besluit.

      De scopingnota, procesnota en het uitgewerkte voorontwerp RUP werden aan twee opeenvolgende schriftelijke plenaire adviesrondes onderworpen (3 juli 2025 en 10 september 2025), waarbij de decretaal verplichte adviesinstanties om advies werd gevraagd. Na ontvangst van alle adviezen uit beide rondes, werd het voorontwerp RUP, inclusief de plan-MER-screening en passende beoordeling aan het Team Milieueffectenrapportage voorgelegd, met verzoek tot ontheffing van de plan-MER-plicht.

      RVR-toets en ontheffing plan-MER

      Op basis van de uitgevoerde RVR-toets blijkt dat voor wat betreft het aspect externe mensveiligheid, het RUP niet verder voorgelegd dient te worden aan het Team Externe Veiligheid en er geen ruimtelijk veiligheidsrapport dient opgemaakt te worden.

      Op 17 september 2025 werd in het kader van artikel 2.2.4 §3 van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, een ontheffing van de plan-MER-plicht aangevraagd. Op 23 september 2025 werd door het Team MER geoordeeld dat voor het voorliggende RUP geen plan-MER opgesteld moet worden.

      Waterparagraaf (conform advies Departement Omgeving)

      Binnen de deelgebieden bevinden zich geen waterlopen. De deelgebieden situeren zich allen in het Netebekken. De meer zuidelijk gelegen deelgebieden (De Kloek en Hooidonk) behoren tot het deelbekken Benedengebied Kleine Nete. De meer noordelijk gelegen deelgebieden (Eisterlee, Camping Groene Vallei, Hanekam en Boshoven) behoren tot het deelbekken Molenbeek-Mollaak.

      De deelgebieden kennen geen fluviale, pluviale overstromingen of overstromingen afkomstig uit de zee. Er zijn geen recent overstroomde gebieden binnen het plangebied.
      De deelgebieden liggen niet in een effectief – of mogelijk overstromingsgevoelig gebied (P-score A, G-score A) met uitzondering van deelgebied Hooidonk dat deels in mogelijk overstromingsgebied ligt (P-score C, G-score C).

      De deelgebieden zijn matig gevoelig voor grondwaterstromingen met uitzondering van eveneens deelgebied Hooidonk waarbij het oostelijk deel zeer gevoelig is voor grondwaterstromingen.

      Er wordt geen bijkomende verharding voorzien ten aanzien van de bestaande toestand, o.a. doordat er strenge maatregelen opgelegd worden inzake verharding. Dit wordt beschouwd als een positief effect. Elke omgevingsvergunning moet voldoen aan de randvoorwaarden zoals opgenomen in de gewestelijke verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffer-voorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. Er worden dan ook geen significante effecten verwacht ten gevolge van de uitvoering van het plan.

      De waterparagraaf is opgenomen conform het advies van het Departement Omgeving, dat stelt dat zowel in het besluit van voorlopige als van definitieve vaststelling een waterparagraaf dient te worden opgenomen. De gemeente bevestigt dat zij bij de definitieve vaststelling van het RUP eveneens een waterparagraaf zal opnemen.

      Procedureverloop

      Overeenkomstig art. 2.2.21. van de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening (VCRO) stelt de gemeenteraad het ontwerp RUP Verblijfsrecreatie voorlopig vast. Na de voorlopige vaststelling wordt het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan onmiddellijk opgestuurd naar de deputatie van de provincie waarin de gemeente ligt, naar het Departement en naar de Vlaamse Regering.

      Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan samen met het ontwerp van de effectbeoordelingsrapporten aan een openbaar onderzoek dat binnen dertig dagen na de voorlopige vaststelling, minstens wordt aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. Die termijn is een termijn van orde.

      Na de aankondiging worden het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en het ontwerp van de effectbeoordelingsrapporten gedurende zestig dagen ter inzage gelegd in het gemeentehuis en worden de ontwerpen gepubliceerd op de website, zoals gespecificeerd door het college van burgemeester en schepenen. Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag nadat de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Die termijn is een termijn van orde.

      De opmerkingen en de bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO) bezorgd. De opmerkingen en de bezwaren kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn in het gemeentehuis worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De gemeente bezorgt in dat geval binnen tien dagen na het openbaar onderzoek de bezwaren en de opmerkingen aan de Gemeentelijke Commissie. Met de opmerkingen en de bezwaren die te laat aan de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening worden bezorgd, hoeft geen rekening te worden gehouden.

      De Deputatie van de provincie waarin de gemeente ligt, bezorgt de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3 van artikel 2.2.21, een advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in artikel 2.2.23, § 2, eerste lid, 1° en 2° van de VCRO. Als er geen advies is verleend binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3 van artikel 2.2.21, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.

      Het Departement bezorgt de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening en het planteam binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3 van artikel 2.2.21, een advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in artikel 2.2.23, § 2, eerste lid, 1° en 2°. van de VCRO. De Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening bundelt en coördineert alle adviezen, opmerkingen en bezwaren en brengt binnen negentig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de gemeenteraad. Het advies bevat de integrale adviezen van de Deputatie en van het Departement. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening het College van burgemeester en schepenen de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren. Als de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening geen advies heeft verleend binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. In dat geval bezorgt ze onmiddellijk de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren aan de gemeenteraad.

      De gemeenteraad stelt binnen honderdtachtig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast. De bevoegde diensten voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage beoordelen voorafgaand aan de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan de kwaliteit van het planmilieueffectrapport respectievelijk ruimtelijk veiligheidsrapport. Ze toetsen aan de scopingnota en aan de gegevens die vereist zijn conform artikel 4.2.8, § 1bis, respectievelijk artikel 4.4.3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, en ze houden rekening met de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde adviezen, opmerkingen en bezwaren.

      Bij de definitieve vaststelling van het plan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde plan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen, of uit de adviezen, uitgebracht door de aangewezen diensten en overheden, of uit het advies van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening.

      De definitieve vaststelling van het plan kan echter geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in het voorlopig vastgestelde plan. Op gemotiveerd verzoek van het College van burgemeester en schepenen beslist de gemeenteraad over een verlenging met zestig dagen van de termijn waarin het plan moet worden vastgesteld. Als het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet definitief wordt vastgesteld binnen de termijn, vermeld in paragraaf 6, eerste lid, van artikel 2.2.21 van de VCRO, vervalt het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

      Op te heffen verkavelingen

      Conform artikel 2.2.2, §1, eerste lid, 6° VCRO worden de binnen het plangebied van toepassing zijnde niet-vervallen goedgekeurde verkavelingen die volledig binnen de contouren van het RUP vallen, opgeheven door voorliggend RUP. Verkavelingen die slechts gedeeltelijk binnen het plangebied vallen, worden niet opgeheven. Dit geldt in het bijzonder voor de verkaveling Sperwerlaan (referentie 037-006, vergund op 26 september 1962): lot 1 en lot 2 van deze verkaveling vallen niet in het plangebied van het RUP Verblijfsrecreatie; lot 3 valt er slechts gedeeltelijk in (enkel het achterste deel); lot 4, lot 5 en lot 6 vallen er volledig in. Aangezien deze verkaveling slechts gedeeltelijk binnen de contouren van het RUP valt, kan zij niet door dit RUP worden opgeheven. De gemeente heeft Antea Group geïnstrueerd om het dossier te actualiseren met betrekking tot de verkavelingen die niet mogen worden opgeheven. Een exhaustieve lijst van de op te heffen verkavelingen, met uitsluiting van de verkavelingen die slechts gedeeltelijk binnen het plangebied vallen, wordt in het definitief vast te stellen RUP opgenomen.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 13 stemmen voor (11 GIB en 2 Vlaams Belang) en 4 onthoudingen (2 Vooruit, 1 N-VA en 1 cd&v).

       

      Artikel 1: De gemeente Grobbendonk onderzocht zes deelgebieden (Eisterlee, Hooidonk, Groene Vallei, Boshoven-Heirbaan, De Kloek en Hanekam). De gemeente neemt kennis van het gedeeltelijk negatief advies m.b.t. het deelgebied van de Groene Vallei, zoals uitvoering in het agendapunt uitgezet. Het deelgebied Groene Vallei wordt daarom niet opgenomen in het RUP Verblijfsrecreatie.

      Artikel 2: Goedkeuring van de voorlopige vaststelling van het RUP Verblijfsrecreatie, zoals in artikel 1 omschreven.

    • Omgevingsvergunning OMV_2026016237 – Rostal zn - tracé en lastvoorwaarden - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Marianne Verhaert, burgemeester
      Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Op 6 februari 2026 diende Studiebureau Verhaert & Co BV de omgevingsaanvraag (projectinhoudversie PIV 1) in voor de wijziging en heraanleg van een gemeenteweg met openbaar karakter in klinkers en asfalt en het aanpassen van de bochtstraal van de weg, met als adres Rostal zn te 2288 Bouwel. Kadastraal is het perceel gekend als afdeling 2 sectie B nummers 394A, 394B en 394C. De aanvraag heeft omgevingsloketnummer OMV_2026016237.

      De aanvraag bevat volgende stedenbouwkundige handelingen: de heraanleg van een gemeenteweg met openbaar karakter in klinkers en asfalt en het aanpassen van de bochtstraal van de weg.

      Het betreft een aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.

      De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft bijkomende stukken opgevraagd op 5 maart 2026 en hiervoor een termijn voorzien van 30 dagen. Deze bijkomende stukken werden ontvangen op 25 maart 2026 (projectinhoudversie PIV 2).

      De projectinhoudversie PIV 2 dient thans door het college van burgemeester en schepenen te worden beoordeeld.

      Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 7 april 2026.

      Juridisch kader

      Artikel 162 van de grondwet.

      Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in bijzonder de artikelen 2, 40, 41 en 56, inzake de bevoegdheden van de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen.

      Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten.

       

      Artikel 1 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 bepaalt:

      “... Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:

      ...

      6° gemeenteweg: een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond;

      ...

      9° rooilijn: de huidige of de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen;

      10° trage weg: een gemeenteweg die hoofdzakelijk bestemd is voor niet-gemotoriseerd verkeer;...”

      Artikel 3 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 bepaalt:

      “Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.

      Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:

      1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;

      2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.”

      Artikel 4 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 bepaalt:

      “Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:

      1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;

      2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;

      3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;

      4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;

      5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. “

      Artikel 8 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 bepaalt:

      “Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad.”

      Artikel 11, §1 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 bepaalt:

      “§ 1. De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vast in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond.”

      Artikel 12, §2 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 bepaalt:

      “§ 2. In afwijking van artikel 11 kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.”

      Artikel 17§4 van het omgevingsdecreet, gewijzigd door artikel 69 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 bepaalt:

      § 4. De vereenvoudigde vergunningsprocedure is niet van toepassing voor projecten waarvoor met toepassing van artikel 31 een beslissing van de gemeenteraad vereist is over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg.

      Artikel 31 van het decreet op de omgevingsvergunning van 25 april 2014 (ingevolge art. 70 van het decreet houdende de gemeentewegen) bepaalt:

      “§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

      …

      De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. (…) De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.”

      Artikel 32 van het decreet op de omgevingsvergunning van 25 april 2014 bepaalt:

      “§ 6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 31. Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.”

      Artikel 47 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning bepaalt:

      “Als een beslissing van de gemeenteraad vereist is over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

      …

      Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”

      Het decreet betreffende de omgevingsvergunning herneemt de welbekende regeling van de tussenkomst van de gemeenteraad over de zaak van de wegen. Voor alle duidelijkheid wordt ook hier herhaald:

      “De gemeenteraad spreekt zich enkel uit over de zaak van de wegen, niet over de vergunningsaanvraag;

      …

      De gemeenteraad bespreekt enkel de bezwaren die handelen over de zaak van de wegen, niet de andere.“

      Artikel 75 Omgevingsdecreet stelt:

      § 1. De bevoegde overheid kan aan een omgevingsvergunning lasten verbinden.

      De bevoegde overheid neemt de volgende lasten op bij een omgevingsvergunning:

      1° de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, vermeld in artikel 31;

      ...

      § 3. De lasten, vermeld in paragraaf 1, kunnen betrekking hebben op:

      1° de verwezenlijking of de renovatie van groene ruimten, ruimten voor openbaar nut, openbare gebouwen, infrastructuur om de mobiliteit, nutsvoorzieningen of woningen op kosten van de vergunninghouder te verbeteren. Vóór er lasten voor nutsvoorzieningen worden opgelegd, vraagt de bevoegde overheid, de ambtenaar die ze gemachtigd heeft of in voorkomend geval de gemeentelijke omgevingsambtenaar advies aan de nutsmaatschappijen die actief zijn in de gemeente waarin het voorwerp van de vergunning ligt. Daarbij wordt gestreefd naar het gelijktijdig aanleggen van nutsvoorzieningen, waardoor de hinder ten gevolge van die aanleg zo veel mogelijk wordt beperkt;

      2° de bewerkstelliging van een vermenging van kavels die tegemoetkomen aan de behoeften van diverse maatschappelijke groepen op grond van de grootte van de kavels, respectievelijk de typologie, de kwaliteit, de vloeroppervlakte, het volume of de lokalenindeling van de woningen die erop opgericht worden, of van de op te stellen vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt;

      3° de gratis, vrij en onbelaste grondafstand bij eigendomsoverdracht van de in de vergunningsaanvraag vermelde openbare wegen, groene of verharde ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen, of de gronden waarop die worden of zullen worden aangelegd;

      ...

      § 4. De lasten in natura, vermeld in paragraaf 3, 1° tot en met 3°, bevinden zich in of in de nabijheid van projecten die de lasten doen ontstaan. Ze worden in de vergunning bepaald op basis van de aard en de te verwachten gevolgen van het project.

      ...

      § 5. Bij een overdracht van een omgevingsvergunning blijft de overdragende partij gehouden tot de goede uitvoering van de lasten totdat de overdracht gerealiseerd is, waarop de nieuwe vergunninghouder vervolgens gehouden is de lasten uit te voeren.

      ...

      Artikel 77 Omgevingsdecreet stelt:

      § 1. Voor de lasten in natura, vermeld in artikel 75, § 3, 1° tot en met 3°, verleent de houder van de vergunning die daarop betrekking heeft, een financiële waarborg vóór er met de werken gestart wordt.

      De waarborg dekt de volledige geraamde kostprijs van de lasten, vermeld in het eerste lid, behalve als kan worden vastgesteld dat de financiële toestand van de begunstigde van de vergunning dat niet toelaat. De bevoegde overheid kan die dekking verminderen tot een niveau dat aanvaardbaar is voor de financiële toestand van de begunstigde van de vergunning, maar de waarborg mag niet kleiner zijn dan de helft van de geraamde kosten van de lasten.

      De waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.

      De waarborg kan worden vrijgemaakt naarmate de als lasten opgelegde handelingen en werken worden uitgevoerd, in verhouding tot de investeringen die in het kader van de lasten al zijn verricht, tegen maximaal 60% van de totale waarde, waarbij het saldo pas wordt vrijgemaakt als de bevoegde overheid of haar gemachtigde die handelingen en werken voorlopig opgeleverd heeft.

      § 2. Als de uitvoering van diverse lasten financieel wordt gewaarborgd, hanteert de bevoegde overheid één waarborg voor de totaliteit van de lasten in kwestie, waarbij aangegeven wordt welk waarborggedeelte betrekking heeft op elke last afzonderlijk.

      § 3. Bij een overdracht van een vergunning blijft de overdragende partij ertoe gehouden borg te staan voor de goede uitvoering van de lasten totdat de nieuwe houder van de vergunning de bevoegde overheid een financiële waarborg heeft geleverd die gelijk is aan de waarborg, vermeld in paragraaf 1.

      § 4. De waarborg is in de volgende gevallen opeisbaar of van rechtswege door de bevoegde overheid verworven ten belope van de waarde van de lasten die nog niet uitgevoerd zijn:

      1° bij niet-naleving van de uitvoeringstermijnen voor de lasten, vermeld in de definitief uitvoerbare vergunning, waartegen geen beroep meer mogelijk is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen;

      2° als de vergunning waarvoor lasten werden opgelegd, vervalt na gedeeltelijk te zijn uitgevoerd.

      § 5. De waarborg kan zonder uitvoering van de lasten alleen worden vrijgemaakt als de vergunning waarvoor de lasten werden opgelegd, vervallen is en het project niet of zelfs niet gedeeltelijk werd uitgevoerd.

       

      Regelgeving: bevoegdheid

      Artikel 41, 9° van het decreet lokaal bestuur: de gemeenteraad is bevoegd voor beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt.

      Wetgevend planningskader

      De aanvraag situeert zich in het vastgestelde gewestplan Herentals - Mol: origineel gewestplan volgens KB van 28 juli 1978 met bestemming woongebied en agrarisch gebied.

      De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

      De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

      Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg noch binnen de grenzen van een ruimtelijk uitvoeringsplan.

      De aanvraag situeert zich niet in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

      Bijkomende motivering

      Toetsing aan doelstellingen en principes van het Decreet Gemeentewegen (artikelen 3, 4 en 6) en de beginselen van zorgvuldigheid, redelijkheid en motivering.

      Deze motivering toetst de aanvraag aan de doelstellingen en principes van het Decreet Gemeentewegen (artikelen 3, 4 en 6) en de beginselen van zorgvuldigheid, redelijkheid en motivering, met inachtneming van de definities in artikel 2.1.

      De wegeniswerken zijn in overeenstemming met de doelstellingsbepaling vervat in de VCRO en zijn gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Dit betekent dat de ruimte beheerd moet worden om aan de behoeften van de huidige generatie te voldoen, zonder de mogelijkheid van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Ruimtelijke ordening streeft naar een kwalitatieve leefomgeving voor iedereen, nu en in de toekomst.

      De aanleg van de wegenis (met gewijzigde rooilijn) waarborgen de toegankelijkheid van huidige en toekomstige generaties. Er is geen conflict met andere maatschappelijke activiteiten, zoals landbouw of natuurbehoud.

      De werken worden aangevraagd als herstelling van de bestaande weg na werkzaamheden op privaat domein. Hierdoor werd er schade toegebracht aan de bestaande weg. De S-bocht wordt aangepast naar een grotere bocht met aangepaste bochtstralen om meer zichtbaarheid te creëren en samen met de verbreding de veiligheid dus te verhogen. 

      De nieuwe, gewijzigde, gemeenteweg heeft een positieve invloed op het lokale wegennet. Conform artikel 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, houdt de aanleg rekening met:

      - Het algemeen belang, door de wegenis herstellen;

      - Verkeersveiligheid om meer zichtbaarheid te creëren en samen met de verbreding de veiligheid te verhogen;

      - De actuele en toekomstige functie van de weg, met afweging van maatschappelijke behoeften.

      De bredere beoordeling van de aanvraag zelf volgt later door het college van burgemeester en schepenen. 

      Adviezen

      Fluvius gaf op 30 april 2026 voorwaardelijk gunstig advies.

      Brandweerzone Kempen - Hulpverleningszone 5 (Geel) gaf op 27 mei 2026 voorwaardelijk gunstig advies.

      Pidpa Drinkwater gaf op 8 april 2026 voorwaardelijk gunstig advies.

      Fluxys Belgium gaf op 9 april 2026 aan geen bezwaar te hebben.

      Proximus gaf op 8 april 2026 aan geen bezwaar te hebben.

      Omgevingsloket Wyre gaf op 7 april 2026 gunstig advies.

      Team Ruimte gaf op 26 mei 2026 gunstig advies met als voorwaarden:

      De aanvraag wordt gunstig geadviseerd. Vooraleer de werken kunnen gestart worden, moet er een signalisatievergunning aangevraagd worden. Dit dient te gebeuren uiterlijk 21 dagen vóór de start van de werken. Het is noodzakelijk dat de aanvrager hiervan tijdig in kennis wordt gesteld.

      Standpunt gemeente: De adviezen worden bijgetreden.

      Openbaar onderzoek

      Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 10 april 2026 tot 9 mei 2026. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.

      Rioleringstoets

      De aanvraag is gelegen in centraal gebied (aansluiting) en collectief te optimaliseren buitengebied.

      Stikstoftoets

      De aanvraag is op meer dan ca. 2000 m gelegen van een Habitatrichtlijngebied.

      Het betreft een beperkte aanpassing aan de wegenis. Er wordt verwacht dat dit geen significante invloed heeft op de stikstofdeposities.

      BESLUIT:

      Nadat Marianne Verhaert, burgemeester ingevolgde art. 27 DLB, de zitting verlaten heeft.

      Goedgekeurd met 13 stemmen voor (10 GIB, 2 Vlaams Belang en 1 cd&v) en 3 onthoudingen (2 Vooruit en 1 N-VA).

       

      Artikel 1: De ligging, breedte en uitrusting van de gemeenteweg, zoals aangegeven op het bijgevoegde rooilijnplan, worden goedgekeurd en opgenomen in het gemeentelijk wegennet, mits volgende voorwaarden:

      - De voorwaarden uit de voorwaardelijke gunstige adviezen moeten strikt worden gevolgd:

      - Fluvius dd. 30 april 2026.

      - Brandweerzone Kempen - Hulpverleningszone 5 (Geel) dd. 27 mei 2026.

      - Pidpa Drinkwater dd. 8 april 2026 voorwaardelijk gunstig advies.

      - Vooraleer de werken kunnen gestart worden, moet er een signalisatievergunning aangevraagd worden. Dit dient te gebeuren uiterlijk 21 dagen vóór de start van de werken. Het is noodzakelijk dat de aanvrager hiervan tijdig in kennis wordt gesteld.

      Artikel 2: De gemeenteraad aanvaardt het gewijzigde rooilijnplan (naam plan aanvrager SBV 4062). Dit plan maakt integraal deel uit van dit besluit. 

      Artikel 3: De aanleg van de inrichting van de wegenis is volledig ten laste van de aanvrager.

      Artikel 4: Lasten

      Vooraleer de vergunning kan afgeleverd worden, dient de aanvrager zich te verbinden om de eigendom van de in de plannen aangegeven openbare wegen, aanhorigheden en nutsvoorzieningen evenals de gronden waarop ze aangelegd worden voor de aangegeven stroken , vrij en onbelast en zonder kosten voor de gemeente, gratis af te staan aan de gemeente. De stroken grond die worden afgestaan zullen worden opgenomen in het openbaar domein.

      Artikel 5: Waarborg

      De wegenis- en rioleringswerken voor het gedeelte dat wordt overgedragen om opgenomen te worden in het openbaar domein, werden door aanvrager geraamd op 68.546,67 euro. De te storten waarborg wordt derhalve begroot op 68.546,67 euro (incl. BTW).

    • Vastleggen rooilijn Steenbergstraat/Hoogveldstraat - definitieve goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Het vastleggen van de rooilijn betreft een wijziging van de initieel vastgelegde rooilijn. De oorspronkelijke rooilijn was heel breed vastgelegd in 1972 met het oog op het aanleggen van een nieuwe straat tot aan de Schransstraat. Door latere ontwikkelingen naast het Notarisstraatje is een bredere weg aanleggen tot aan de Schransstraat niet meer mogelijk. Ter hoogte van het kruispunt Hoogveldstraat/Steenbergstraat wordt de rooilijn op dezelfde breedte gebracht zoals in de rest van Steenbergstraat en Hoogveldstraat. 

      De gemeenteraad besliste op 26 maart 2026 de rooilijn principieel vast te leggen. 

      In toepassing van het decreet Gemeentewegen van 3 mei 2019 werd over het plan tot vastleggen van de rooilijn een openbaar onderzoek gehouden van 24 april 2026 tot 23 mei 2026. Er werden geen bezwaren ontvangen.

      Juridisch kader

      Bestuursdecreet van 7 december 2018.

      Decreet lokaal bestuur van 1 januari 2019.

      Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019, in het bijzonder de artikelen 3 en 4 alsook 11 en 16 tot en met 19 inzake de vaststelling van gemeentelijke rooilijnplannen.

      Bijkomende motivering

      Motivering inzake de overeenstemming met de artikelen 3 en 4 van het decreet houdende gemeentewegen. De vaststelling van het ontwerp van rooilijnplan kadert bij uitstek in de doelstellingen en principes die worden vooropgesteld in het Gemeentewegendecreet.


      Artikel 3.

      1. De uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau: een eerste principe waarmee rekening dient te worden gehouden bij wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet is de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau. Door het aanpassen van de rooilijn ter hoogte van het kruispunt zal er ter hoogte van de wijziging een berm worden ingericht van 1,5 meter om de veiligheid van de niet gemotoriseerde weggebruikers te verhogen. 
      2. Herwaardering en bescherming va een fijnmazig netwerk van trage wegen: het vastleggen van de rooilijn verzekert de trage verbinding.

      Artikel 4.

      1. Algemeen belang: het gemeentewegendecreet bepaalt uitdrukkelijk dat wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste staan van het algemeen belang. De gemeenteraad stelt vast dat de vaststelling van het rooilijnplan (waarbij aldus de grens tussen het openbaar domein en de private aangelanden worden vastgelegd) volledig ten dienste staat van het algemeen belang.
      2. Wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd: met het voorliggend ontwerp van rooilijnplan wordt er geen gemeenteweg gewijzigd, verplaatst of afgeschaft, integendeel. Het ontwerp van rooilijnplan is er net op voorzien een nieuwe rooilijn vast te stellen, zodat de grens tussen het openbaar domein en de private aangelanden wordt vastgelegd voor de toekomst. Het vaststellen van een nieuwe rooilijn valt niet samen met de wijziging, verplaatsing of afschaffing van een reeds bestaande gemeenteweg.
      3. Verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen: het decreet houdende de gemeentewegen bepaalt verder dat de verkeersveiligheid en ontsluiting van aangrenzende percelen steeds in acht worden genomen. Het rooilijnplan vergroot de verkeersveiligheid door het aanleggen van een berm ter hoogte van het hoekperceel waarvan de rooilijn gewijzigd wordt.
      4. Gemeentegrensoverschrijdend perspectief: de voorlopige vaststelling van het ontwerp van rooilijnplan heeft geen gemeentegrensoverschrijdende impact aangezien het gaat om de ontsluiting van één lokaal binnengebied.
      5. Rekening houden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van toekomstige generaties in het gedrang te brengen: het vastleggen van de rooilijn betreft een wijziging van de initieel vastgelegde rooilijn. Bij het vastleggen van de oorspronkelijke rooilijn werd er een groot deel van het perceel, gelegen Steenbergstraat 27 onteigend. Echter werd de rooilijn ter hoogte van deze onteigening niet uitgevoerd waardoor er ter hoogte van dit perceel geen berm is voorzien. Met het goedkeuring van voorliggend rooilijnplan zal een berm van 1,5 meter worden vrijgemaakt.  

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

       

      Artikel 1: Het rooilijnplan, opgemaakt door landmetersbureau Kris Mertens Hadewijchstraat 2 te 2170 Merksem, wordt definitief vastgesteld.

      Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van dit besluit.

      Artikel 3: Dit besluit over te maken aan de hogere overheid.

      Artikel 4: Het rooilijnplan te publiceren op de gemeentelijke website en ter inzage te leggen op de burelen van het gemeentehuis, Boudewijnstraat 4 te 2280 Grobbendonk.

      Artikel 6: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Team Ruimte & Vergunningen

    • Jaarrekening 2025 - deel gemeente - vaststelling

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Tijdens de gemeenteraad van 25 juni 2024 werd de aanpassing van het meerjarenplan vastgesteld in het besluit met als titel "Financiën: Aanpassing meerjarenplan 2020-2025 lokaal bestuur Grobbendonk – deel gemeente - vaststelling".

      Juridisch kader

      Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen. Artikels 176, 250, 260 en 262.

      Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheercyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen. Artikels 17 t.e.m. 28.

      Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, en latere wijzigingen.

      Omzendbrieven van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur.

      Bijkomende motivering

      De gemeenten en OCMW’s hebben een geïntegreerde jaarrekening, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van de jaarrekening vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van de jaarrekening van het OCMW dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld goedkeuren, waardoor de jaarrekening definitief is vastgesteld.

      De jaarrekening 2025 bevat volgende documenten die als bijlage terug te vinden zijn:

       

      Beleidsevaluatie

      Financiële nota

      • Doelstellingenrekening (J1)
      • Staat financieel evenwicht (J2)
      • Realisatie kredieten (J3)
      • Balans (J4)
      • Staat van opbrengsten en kosten (J5)

      Toelichting

      • Ontvangsten en uitgaven naar functionele aard (T1)
      • Ontvangsten en uitgaven naar economische aard (T2)
      • Investeringsproject (T3)
      • Evolutie van de financiële schulden (T4)
      • Toelichting bij de balans (T5)
      • Financiële risico’s
      • Waarderingsregels
      • Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
      • Verklaring materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven.
      • Kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten met buitengewone invloed op het resultaat
      • Overzicht overgedragen kredieten voor investeringen en financiering
      • Verwijzing naar plaats waar documentatie beschikbaar is

      Documentatie

      • Overzicht van alle beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties
      • Overzicht investeringsprojecten
      • Toegestane werkings- en investeringssubsidies
      • Samenstelling beleidsdomeinen
      • Overzicht verbonden entiteiten
      • Personeelsinzet
      • Overzicht jaarlijkse opbrengst per belastingsoort
      • Proef- en saldibalans
      • Overeenstemming tussen algemene en budgettaire boekhouding
      • Verlenen visum
      • Debiteurenbeheer
      • Deelnemingen

      Transacties tussen gemeente en OCMW


      Beschikbaar budgettair resultaat:

       

      Geconsolideerd

       

       

      Exploitatiesaldo

      1.985.809,00 euro

      Investeringssaldo

      -7.016.619,00 euro

      Financieringssaldo

      -1.567.641,00 euro

       

       

      Budgettair resultaat van het boekjaar

      -3.463.169,00 euro

       

       

      Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar

      1.917.128,00 euro

       

       

      Gecumuleerd budgettair resultaat

      -1.546.041,00 euro

       

       

      Beschikbaar budgettair resultaat

      -1.546.041,00 euro

       

      Staat van opbrengsten en kosten:

      Kosten 

       37.650.002,00 euro

      Opbrengsten

       37.486.419,00 euro

       

       

      Tekort van het boekjaar

       -163.583,00 euro

       

      Eindbalans:

      Activa

      84.115.183,00 euro

      Vlottende activa

       12.000.253,00 euro

      Vaste activa

       72.114.930,00 euro

       

       

      Passiva

      84.115.183,00 euro

      Schulden

       23.886.762,00 euro

      Nettoactief

       60.228.422,00 euro

      Financiële gevolgen/visum

      Het resultaat van de jaarrekening 2025 wordt meegenomen in de aanpassing van het meerjarenplan.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 13 stemmen voor (11 GIB en 2 Vlaams Belang) en 4 onthoudingen (2 Vooruit, 1 N-VA en 1 cd&v).

       

      Artikel 1: Goedkeuring te geven aan de tussenkomst van de gemeente aan het OCMW voor een bedrag van 2.082.028,52 euro.

      Artikel 2: Vaststelling te geven aan de jaarrekening 2025 en haar bijlagen van het lokaal bestuur Grobbendonk, deel gemeente, met volgende beschikbaar budgettair resultaat, staat van opbrengsten en kosten en eindbalans:

      Beschikbaar budgettair resultaat:

       

      Geconsolideerd

       

       

      Exploitatiesaldo

      1.985.809,00 euro

      Investeringssaldo

      -7.016.619,00 euro

      Financieringssaldo

      1.567.641,00 euro

       

       

      Budgettair resultaat van het boekjaar

      -3.463.169,00 euro

       

       

      Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar

      1.917.128,00 euro

       

       

      Gecumuleerd budgettair resultaat

      -1.546.041,00 euro

       

       

      Beschikbaar budgettair resultaat

      -1.546.041,00 euro


      Staat van opbrengsten en kosten:

      Kosten 

       37.650.002,00 euro

      Opbrengsten

       37.486.419,00 euro

       

       

      Tekort van het boekjaar

       -163.583,00 euro

       

      Eindbalans:

      Activa

      84.115.183,00 euro

      Vlottende activa

       12.000.253,00 euro

      Vaste activa

       72.114.930,00 euro

       

       

      Passiva

      84.115.183,00 euro

      Schulden

       23.886.762,00 euro

      Nettoactief

       60.228.422,00 euro


      Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Algemeen directeur

      Financieel directeur

    • Jaarrekening 2025 - deel OCMW - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Tijdens de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 juni 2024 werd het aangepaste meerjarenplan vastgesteld in het besluit met als titel "Financiën: Meerjarenplan 2020-2025 lokaal bestuur Grobbendonk – deel OCMW - vaststelling".

      Juridisch kader

      Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen. Artikels 176, 250, 260 en 262.

      Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheercyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen. Artikels 17 t.e.m. 28.

      Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, en latere wijzigingen.

      Omzendbrieven van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur.

      Bijkomende motivering

      De gemeenten en OCMW’s hebben een geïntegreerde jaarrekening, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van de jaarrekening vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van de jaarrekening van het OCMW dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld goedkeuren, waardoor de jaarrekening definitief is vastgesteld.

      De jaarrekening 2025 bevat volgende documenten die als bijlage terug te vinden zijn:

       

      Beleidsevaluatie

      Financiële nota

      • Doelstellingenrekening (J1)
      • Staat financieel evenwicht (J2)
      • Realisatie kredieten (J3)
      • Balans (J4)
      • Staat van opbrengsten en kosten (J5)

      Toelichting

      • Ontvangsten en uitgaven naar functionele aard (T1)
      • Ontvangsten en uitgaven naar economische aard (T2)
      • Investeringsproject (T3)
      • Evolutie van de financiële schulden (T4)
      • Toelichting bij de balans (T5)
      • Financiële risico’s
      • Waarderingsregels
      • Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
      • Verklaring materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven.
      • Kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten met buitengewone invloed op het resultaat
      • Overzicht overgedragen kredieten voor investeringen en financiering
      • Verwijzing naar plaats waar documentatie beschikbaar is

      Documentatie

      • Overzicht van alle beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties
      • Overzicht investeringsprojecten
      • Toegestane werkings- en investeringssubsidies
      • Samenstelling beleidsdomeinen
      • Overzicht verbonden entiteiten
      • Personeelsinzet
      • Overzicht jaarlijkse opbrengst per belastingsoort
      • Proef- en saldibalans
      • Overeenstemming tussen algemene en budgettaire boekhouding
      • Verlenen visum
      • Debiteurenbeheer
      • Deelnemingen

      Transacties tussen gemeente en OCMW


      Beschikbaar budgettair resultaat:

       

      Geconsolideerd

       

       

      Exploitatiesaldo

      1.985.809,00 euro

      Investeringssaldo

      -7.016.619,00 euro

      Financieringssaldo

      -1.567.641,00 euro

       

       

      Budgettair resultaat van het boekjaar

      -3.463.169,00 euro

       

       

      Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar

      1.917.128,00 euro

       

       

      Gecumuleerd budgettair resultaat

      -1.546.041,00 euro

       

       

      Beschikbaar budgettair resultaat

      -1.546.041,00 euro

       

      Staat van opbrengsten en kosten:

      Kosten 

       37.650.002,00 euro

      Opbrengsten

       37.486.419,00 euro

       

       

      Overschot van het boekjaar

       -163.583,00 euro

       

      Eindbalans:

      Activa

      84.115.183,00 euro

      Vlottende activa

       12.000.253,00 euro

      Vaste activa

       72.114.930,00 euro

       

       

      Passiva

      84.115.183,00 euro

      Schulden

       23.886.762,00 euro

      Nettoactief

       60.228.422,00 euro

      Financiële gevolgen/visum

      Het resultaat van de jaarrekening 2025 wordt meegenomen in de volgende aanpassing van het meerjarenplan.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 11 stemmen voor (GIB) en 6 onthoudingen (2 Vooruit, 2 Vlaams Belang, 1 N-VA en 1 cd&v).

       

      Artikel 1: Goedkeuring te geven aan de tussenkomst van de gemeente aan het OCMW voor een bedrag van 2.082.028,52 euro.

      Artikel 2: Goedkeuring van de jaarrekening 2025 en haar bijlagen van het lokaal bestuur Grobbendonk, deel OCMW, met volgende beschikbaar budgettair resultaat, staat van opbrengsten en kosten en eindbalans:

      Beschikbaar budgettair resultaat:

       

      Geconsolideerd

       

       

      Exploitatiesaldo

      1.985.809,00 euro

      Investeringssaldo

      -7.016.619,00 euro

      Financieringssaldo

      1.567.641,00 euro

       

       

      Budgettair resultaat van het boekjaar

      -3.463.169,00 euro

       

       

      Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar

      1.917.128,00 euro

       

       

      Gecumuleerd budgettair resultaat

      -1.546.041,00 euro

       

       

      Beschikbaar budgettair resultaat

      1.917.128,00 euro

      Staat van opbrengsten en kosten:

      Kosten 

       23.709.223,00 euro

      Opbrengsten

       24.257.235,00 euro

       

       

      Overschot van het boekjaar

       548.012,00 euro

      Eindbalans:

      Activa

      92.546.753,00 euro

      Vlottende activa

       13.692.776,00 euro

      Vaste activa

       78.853.977,00 euro

       

       

      Passiva

      92.546.753,00 euro

      Schulden

       20.638.406,00 euro

      Nettoactief

       71.908.347,00 euro

      Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Algemeen directeur

      Financieel directeur

    • Retributie - retributie producten en administratieve prestaties - wijziging - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Op 18 december 2025 keurde de gemeenteraad het retributiereglement met de titel "Retributie - retributie producten en administratieve prestaties" goed. 

      Het reglement "Retributiereglement op het parkeren in een blauwe zone", waarin een retributie zat voor het bekomen van een duplicaat van een parkeer-zorgkaart, eindigde op 31 december 2025. Het is aangewezen om terug een retributie voor het verstrekken van een duplicaat van een parkeer-zorgkaart aan te rekenen.

      Juridisch kader

      De Grondwet en meer bepaald artikels 41, 162 en 173.

      Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen en meer bepaald artikels 40 en 41 / 77 en 78.

      Financiële gevolgen/visum

      Meerjarenplan 2026-2031.

      BD00002: Beleven, ontmoeten en ondernemen

      AP000016: LDC

      AC000089: Buurtgerichte zorg

      Beleidsveld: 0220 - Parkeren

      Algemene rekening: 7000900 - Retributies voor andere stukken - algemeen

      MJP001502

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 12 stemmen voor (11 GIB en 1 N-VA) en 5 onthoudingen (2 Vooruit, 2 Vlaams Belang en 1 cd&v).

       

      Artikel 1: Goedkeuring te geven aan het toevoegen van volgend item aan het retributiereglement:  

      Artikel 3: BEREKENINGSGRONDSLAG EN TARIEF

      Diversen

      Duplicaat parkeer-zorgkaart 4,00 euro

      Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Team Ruimte & Vergunningen

    • Retributie - retributiereglement ontlenen gemeentelijke podiumwagen - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Op 18 december 2025 keurde de gemeenteraad het retributiereglement met de titel 'Retributie - retributiereglement ontlenen gemeentelijke podiumwagen' met ingang van 1 januari 2026 goed. Om onze goede samenwerkingen te bestendigen is het aangewezen om dit reglement te vernieuwen.

      Het is billijk dat de kosten verbonden aan het ontlenen van de gemeentelijke podiumwagen worden doorgerekend aan de gebruiker. De podiumwagen zal door medewerkers van de gemeente Grobbendonk naar de bestemming vervoerd worden en ze zullen hem ook monteren en demonteren.

      Juridisch kader

      De Grondwet en meer bepaald artikels 41, 162 en 173.

      Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen en meer bepaald artikels 40 en 41 / 77 en 78.

      Het gemeentelijk "uitleenreglement voor het ontlenen van de gemeentelijke podiumwagen".

      Adviezen

      Niet van toepassing.

      Bijkomende motivering

      Om onze goede samenwerkingen te bestendigen hebben we in kader daarvan enkele toevoegingen gedaan.

      Financiële gevolgen/visum

      Meerjarenplan 2026-2031

      BD000002: Beleven, ontmoeten en ondernemen

      AP000015: Evenementen & activiteiten

      AC000077 Ontlenen en onderhouden van uitleenmaterialen

      Beleidsveld: 0710 - Feesten en plechtigheden

      Algemene rekening: 7009000 - Andere retributies

      MJP000396: raming 4.000,00 euro

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 12 stemmen voor (11 GIB en 1 N-VA) en 5 onthoudingen (2 Vooruit, 2 Vlaams Belang en 1 cd&v).

       

      Artikel 1: INWERKINGTREDING EN OMSCHRIJVING VOORWERP OF FEIT WAAROP EEN RETRIBUTIE VAN TOEPASSING IS

      Het retributiereglement ontlenen gemeentelijke podiumwagen, zoals behandeld op de gemeenteraad van 18 december 2025 wordt vanaf heden vervangen door onderstaand reglement.


      Artikel 2: DE RETRIBUTIE IS VERSCHULDIGD DOOR

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager. 

       

      Artikel 3: BEREKENINGSGRONDSLAG EN TARIEF

      Aanvrager

      Tarief

      De organisator van een openbaar evenement in Grobbendonk. 

      400,00 euro voor plaatsing, afbouw en 2 dagen gebruik. Per extra begonnen dag dat de podiumwagen ter plaatse blijft op vraag van de ontlener wordt 150,00 euro extra aangerekend. 

      De organisator van een openbaar evenement op grondgebied Neteland.

      De organisator van een openbaar evenement op grondgebied van een buurgemeente van Grobbendonk.

      Politiezone Neteland en Brandweerzone Kempen voor een openbaar evenement. 

      800,00 euro voor plaatsing, afbouw en 2 dagen gebruik. Per extra begonnen dag dat de podiumwagen ter plaatse blijft op vraag van de ontlener wordt 250,00 euro extra aangerekend.

      Overige.

      2.500,00 euro voor plaatsing, afbouw en 2 dagen gebruik. Per extra begonnen dag dat de podiumwagen ter plaatse blijft op vraag van de ontlener wordt 750,00 euro extra aangerekend.

      De bedragen van de retributie worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2013). Dit gebeurt op 1 januari van elk jaar via de index van de maand november van het voorgaande jaar volgens volgende formule:

      T x I

      i

      Waarbij:

      T: tarief vastgesteld in dit artikel

      I: index van de maand november van het voorgaande jaar

      i: index van de maand november 2025 (basis 2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10,00 euro. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,00 euro of lager wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10,00 euro. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 6 euro of hoger wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10,00 euro

       

      Artikel 4: VERMINDERINGEN OF VERHOGINGEN

      Niet van toepassing.

       

      Artikel 5: VRIJSTELLINGEN

      OCMW Grobbendonk, Welzijnsvereniging De Wijngaard en 29 Bataljon Logistiek Grobbendonk zijn vrijgesteld van retributie.

      Erkende Grobbendonkse verenigingen en verenigingen met een samenwerkingsovereenkomst met gemeente en/of OCMW Grobbendonk voor de organisatie van een gratis openbaar evenement in Grobbendonk zijn ook vrijgesteld van retributie.

       

      Artikel 6: WIJZE VAN INNING

      De retributie is betaalbaar na toezending van de factuur.

      Betwistingen kunnen per brief, op het adres van de gemeente (Boudewijnstraat 4, 2280 Grobbendonk), of per e-mail via financieel.management@grobbendonk.be worden ingediend.

      Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Bij betwisting kan het gemeentebestuur/OCMW-bestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.

       

      Artikel 7: BEKENDMAKING

      Dit reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286, 287 en 330 van het decreet lokaal bestuur.

       

      Artikel 8: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Team Financieel Management

      Team Vrije tijd

    • Contract voor het aangaan van een lening LEN 2026/001 - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      In het vastgestelde meerjarenplan 2026-2031 werd voor de financiering van een investeringsproject uitgegaan van een renteloze lening van AGION ten bedrage van 2.000.000 euro. Op basis van recente informatie (website Agion) wordt de renteloze financiering beperkt tot 1.000.000 euro. Voor het resterende bedrag van 1.000.000 euro dient het bestuur zelf in financiering te voorzien. Dit heeft tot gevolg dat een deel van de oorspronkelijk voorziene renteloze financiering wegvalt. De te betalen rentelasten kunnen mogelijk via een kredietverschuiving geboekt worden in het meerjarenplan 2026-2031. 

      Juridisch kader

      Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
      Besluit Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen (BBC)
      Meerjarenplan 2026-2031

      Bijkomende motivering

      Het bestek in bijlage voorziet in:

      • een langetermijnlening van 1.000.000 euro;
      • een looptijd van 20 jaar;
      • een gunningswijze op basis van de economisch meest voordelige offerte, bepaald door de laagste aangeboden marge boven de referentierentevoet (ICE Swap);
      • één perceel zonder varianten;
      • besteding uiterlijk tot 31 december 2026.
      • de offertes moeten ingediend worden ten laatste op 31 juli 2026 om 10 uur.
      Financiële gevolgen/visum

      Meerjarenplan 2026 - 2031
      BD000001 Een administratie voor en met onze inwoners
      AP000002 Gezonde financiën
      AC000015 Actief schuld- en thesauriebeheer
      MJP001171 Leningen 2026 - 2031 (deel overdacht)
      MJP001173 Op te nemen leningen 2026-2031 aflossingen
      MJP000450 Op te nemen leningen 2026 -2031 intresten

      In het ontwerp aanpassing meerjarenplan 2026-2031 2027 zullen de aangepaste rentelasten opgenomen worden.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 11 stemmen voor (GIB), 2 stemmen tegen (Vooruit) en 4 onthoudingen (2 Vlaams Belang, 1 N-VA en 1 cd&v).

       

      Artikel 1: Goedkeuring te verlenen aan het voorstel van de financieel directeur om een nieuwe lening aan te gaan overeenkomstig besteknummer LEN 2026/001, zoals opgenomen in de bijlage.

      Artikel 2 : Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Algemeen directeur

    • Reglement kermissen - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Het huidig gemeentelijk reglement “kermissen en foren” dateert van 10 maart 2009. Een nieuw reglement is noodzakelijk gelet op de verschillende wijzigingen in de wetgeving die de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten regelt.

      In het huidig gemeentelijk reglement "kermissen en foren" zijn bedragen opgenomen van retributie voor standplaatsen. Deze stemmen niet overeen met de bedragen en bepalingen zoals opgenomen in het retributiereglement standplaats kermissen d.d. 26 februari 2026. 

      Juridisch kader

      Het decreet Lokaal Bestuur, artikel 40.

      De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2005, 20 juli 2006, 22 december 2009 en 21 januari 2013 en de decreten van 24 februari 2017 en 3 maart 2023 meer bepaald de artikelen 8 tot en met 10.

      Het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2023 meer bepaald de artikelen 8 tot en met 24.

      Artikel 8 §1 van de wet van 25 juni 1993: de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op de openbare markten en kermissen, wordt geregeld bij gemeentelijk reglement.

      Artikel 9§ 1 van de wet van 25 juni 1993: de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op het openbaar domein, buiten de openbare markten en kermissen, wordt geregeld bij gemeentelijk reglement.

      Gemeentelijk retributiereglement standplaats kermissen.

      Bijkomende motivering

      De Vlaamse overheid bracht in 2017 een aantal wijzigingen aan in de wet betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten. Concreet gaat het om volgende wijzigingen:

      • De termijn van definitieve opheffing van een standplaats per abonnement verkort van minstens 12 naar minstens 6 maanden. 

      • Steden en gemeenten hoeven geen ontwerpreglementen of goedgekeurde reglementen meer aan de Vlaamse overheid te bezorgen.  

      De Vlaamse overheid bracht in 2023 nog een aantal wijzigingen aan in diezelfde wet. Concreet gaat het om volgende wijzigingen:  

      • De machtiging voor kermisactiviteiten en ambulante activiteiten is afgeschaft.

      • De termijn van definitieve opheffing van een standplaats per abonnement veranderde. Als je standplaats wijzigt maar je abonnement behoudt, is de termijn minstens 6 maanden. Als je je standplaatsen abonnement verliest, is de termijn minstens 12 maanden. 

      De laatste wijzigingen zijn van toepassing sinds 1 april 2024.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 14 stemmen voor (11 GIB, 2 Vlaams Belang en 1 N-VA) en 3 onthoudingen (2 Vooruit en 1 cd&v).

       

      Artikel 1: Goedkeuring van het “reglement kermissen” zoals opgenomen in bijlage ter vervanging van het “reglement kermissen en foren" d.d. 10 maart 2009 - eveneens in bijlage. 

      Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Team Vrije tijd

      Team Financieel Management

      Team Informatie & Communicatie

    • Lokaal Erkenningskader en Lokaal Ondersteunings-, Toezichts- en Handhavingskader Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Voorgeschiedenis

      Het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) is in werking sinds 1 januari 2021. Het lokaal bestuur Grobbendonk nam ondertussen volgende beslissingen:

      • Het college van burgemeester en schepenen nam op 11 september 2023 kennis van de Lokale SWOT-analyse BOA.
      • Het college van burgemeester en schepenen nam op 6 november 2023 kennis van de analyse resultaten bevraging noden BOA Grobbendonk.
      • Het college van burgemeester en schepenen keurde op 7 juli 2025 de visienota BOA goed.
      • Het college van burgemeester en schepenen keurde op 2 februari 2026 de statuten van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA goed.
      • De gemeenteraad keurde op 26 februari 2026 de statuten van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA goed.
      • Het college van burgemeester en schepenen keurde op 18 mei 2026 het huishoudelijk reglement van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA goed.

      Context

      Het BOA-decreet geeft lokale besturen de regie over opvang en activiteiten voor kinderen (2,5 tot 12 jaar) buiten de schooluren. Het doel is een kwaliteitsvol, geïntegreerd aanbod dat rust, ontplooiing en betaalbaarheid garandeert, en ouders helpt om werk en gezin te combineren.

      In 2025 werd door de Vlaamse overheid beslist dat het kwaliteitslabel kinderopvang wordt vervangen door een lokaal uit te werken erkenningskader. Erkenning van de partner is noodzakelijk om deze een subsidie toe te kennen op basis van de beschikbare middelen.

      Lokale besturen staan zelf in voor de uitwerking van hun erkenningskader. De erkenningsvoorwaarden vertrekken vanuit de minimale Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden. Die zijn op hun beurt gebaseerd op het Europees kwaliteitskader voor kinderopvang. De Vlaamse Regering formuleert 6 kerngebieden, waarover elk lokaal bestuur minimale verwachtingen moet formuleren in het BOA-erkenningskader:

      1. Het organisatorisch beleid: het beleid, de regelgeving en de financiering vanuit een heldere visie op ieders verantwoordelijkheid.
      2. Het pedagogisch beleid: de inhoud van de pedagogische werking en de kwaliteit gericht op de holistische ontwikkeling van elk kind.
      3. Het medewerkersbeleid: de medewerkers en het belang van hun competenties, permanente vorming en werkomstandigheden.
      4. De toegankelijkheid: toegankelijkheid en betaalbaarheid van het aanbod voor alle gezinnen en kinderen met het oog op participatie, sociale cohesie en respect voor diversiteit.
      5. Monitoring en evaluatie, in het belang van elk kind en het gezin en met het oog op kwaliteitsverbetering van beleid en praktijk.
      6. Verbondenheid: de verbinding met andere aanbieders van naschoolse activiteiten, de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen.

      Het lokaal bestuurt werkte een een Lokaal Erkenningskader BOA uit op maat van gemeente Grobbendonk. Dit erkenningskader werd ter advies besproken op het overlegplatform van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA tijdens het overleg van 18 mei 2026.

      Vanuit de regierol moet het lokaal bestuur ook de kwaliteit van het erkende BOA-aanbod in de gemeente opvolgen en bijsturen wanneer nodig. Met toezicht gaat de gemeente periodiek na of het aanbod voldoet aan de erkennings- of subsidievoorwaarden. Het lokale erkenningskader vormt het fundament en geeft richting aan hoe de gemeente toezicht organiseert. Het lokaal bestuur vertaalde het erkenningskader naar een praktisch ondersteuning-, toezicht- en handhavingskader. Toezicht is geen doel op zich, maar een middel om de kwaliteit van het aanbod te bewaken en gericht te verbeteren.

      Het Lokaal Ondersteuning-, Toezicht- en Handhavingskader BOA heeft tot doel:

      • Het waarborgen van een kwalitatieve buitenschoolse opvang en activiteiten.
      • Het verzekeren van de veiligheid en het welzijn van kinderen.
      • Het bevorderen van gelijke toegang en inclusie.
      • Het ondersteunen van organisatoren in het naleven van de regelgeving.
      • Het voorzien in ene proportioneel en transparant handhavingsbeleid.

      Zowel het Lokaal Erkenningskader BOA als het Lokaal Ondersteuning-, Toezicht- en Handhavingskader richten zich momenteel op de buitenschoolse kinderopvang, en nog niet op de buitenschoolse activiteiten. Dit volgt in een later stadium.

      Juridisch kader

      Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA) van 1 januari 2021.

      Adviezen

      Het overlegplatform van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA geeft een positief advies over het voorstel tot Lokaal Erkenningskader BOA en het Lokaal Ondersteuning-, Toezicht- en Handhavingskader BOA. Het verslag van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA dd. 18 mei 2026 wordt als bijlage toegevoegd.

      Financiële gevolgen/visum

      BD000002: Beleven, ontmoeten en ondernemen

      AP000014: BOA / jeugd

      AC000140: BOA - Regie

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 15 stemmen voor (11 GIB, 2 Vooruit, 2 N-VA en 1 cd&v) en 2 onthoudingen (Vlaams Belang).

       

      Artikel 1: Goedkeuring van het Lokaal Erkenningskader BOA, zoals opgenomen in bijlage.

      Artikel 2: Het Lokaal Erkenningskader BOA geeft geen automatisch recht op toekenning van subsidies.

      Artikel 3: Goedkeuring van het Lokaal Ondersteuning-, Toezicht- en Handhavingskader BOA, zoals opgenomen in bijlage.

      Artikel 4: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Team Mens & Welzijn

      Team Staf van de AD

      Team Vrije tijd 

    • KIKOEN vzw, erkenning als partner voor aanbod buitenschoolse kinderopvang binnen BOA-decreet en toekenning van de BOA-subsidie - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Voorgeschiedenis

      Het gemeentebestuur Grobbendonk en vzw KIKO ondertekenden een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de uitbesteding van de buitenschoolse kinderopvang, met ingang op 1 januari 2012.

      Op datum van 10 juni 2014 werd de juridische naam van vzw KIKO gewijzigd in vzw KIKOEN.

      Context

      In 2021 trad het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) in werking. De bepalingen in het decreet moeten zorgen voor een gevarieerd naschools aanbod voor alle kinderen in Vlaanderen. Lokale besturen nemen daarin de regie op en krijgen vanaf 2026 ook de financiële middelen.

      Private partner met lopende samenwerkingsovereenkomst

      vzw KIKO, later vzw KIKOEN, neemt sinds 2012 de exploitatie van de buitenschoolse kinderopvang van Grobbendonk op zich. De samenwerkingsovereenkomst loopt momenteel voor onbepaalde duur en is opzegbaar binnen een minimumtermijn van 12 maanden. Aangezien de samenwerkingsovereenkomst nog liep op 1 januari 2026, kan het lokaal bestuur de overeenkomst laten verder lopen en de Vlaamse BOA-subsidie gebruiken om het aanbod te financieren. Voorwaarde is dat de opvang erkend moet zijn op basis van het Lokaal Erkenningskader BOA.

      Het lokaal bestuur wenst verder in te zetten op de samenwerking met vzw KIKOEN, wat zorgt voor een stabiele omgeving waarin de pedagogische aanpak, communicatie en praktische organisatie op elkaar zijn afgestemd.

      Niettegenstaande zal het lokaal bestuur binnen een periode van 4 jaar, startend op 1 september 2026, een marktverkenning doorlopen om na te gaan of er andere aanbieders een gelijkaardige kwaliteit kunnen bieden binnen de beschikbare financiële middelen van het lokaal bestuur.

      Erkenning als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB)

      Om de samenwerking met de aanbieder van de buitenschoolse kinderopvang juridisch correct te kaderen binnen de regelgeving inzake staatssteun, is het noodzakelijk dat de gemeenteraad een DAEB-besluit opmaakt. Kinderopvang vervult immers een belangrijke maatschappelijke opdracht, onder meer op het vlak van toegankelijkheid, betaalbaarheid en ondersteuning van gezinnen, waaronder ook kwetsbare doelgroepen. Om deze dienstverlening te garanderen en te kunnen sturen in functie van lokale noden en beleidsdoelstellingen, kan zij worden erkend als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB).

      Berekening subsidie BOA

      In de periode van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2031 ontvangt elk lokaal bestuur een basisbedrag, een bedrag toegankelijkheid en eventueel een bijkomend compensatiebedrag dat het voorziene basisbedrag bijpast tot het volledige huidige subsidiebedrag dat naar buitenschoolse opvang in de gemeente gaat.

      Het basisbedrag wordt samengesteld op basis van het gewogen aantal kinderen. Schoolgaande kinderen wegen door voor 60%, kinderen die wonen in de gemeente krijgen een gewicht van 40%.

      Het subsidiebedrag toegankelijkheid wordt berekend op basis van populatiegegevens, namelijk het aandeel kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte, op basis van de sociale toeslag en de zorgtoeslag.

      Vanaf 1 september 2026 tot en met 31 december 2026

      Alle lokale besturen krijgen vanaf 1 september 2026 een BOA-subsidie en een bedrag voor toegankelijkheid. Lokale besturen die door de hervorming geld zouden verliezen, zoals in Grobbendonk, krijgen een compensatiesubsidie. Dat geeft volgende berekening:

      • 68,49 € per kind.
      • 29,74 € per doelgroepkind.
      • een compensatiesubsidie.

      Vanaf 1 januari 2027

      Alle lokale besturen krijgen vanaf 1 september 2026 een BOA-subsidie en een bedrag voor toegankelijkheid. Lokale besturen die door de hervorming geld zouden verliezen, zoals in Grobbendonk, krijgen een compensatiesubsidie. Dat geeft volgende berekening:

      • 204,92 € per kind.
      • 88,99 € per doelgroepkind.
      • een compensatiesubsidie.

      BOA-subsidies berekend door het Opgroeien: simulatie Grobbendonk 2026 en 2027

      subsidiestroom januari - augustus 2026 september - december 2026 vanaf 2027
      basisbedrag niet van toepassing 65.050,85 € 194.619,35 €
      bedrag toegankelijkheid niet van toepassing 5.460,04 € 16.335,35 €

      transitiesubsidie in overgangsperiode

      (uitbetaald aan vzw KIKOEN)

      292.578,98 € niet van toepassing niet van toepassing
      compensatie tot 100% niet van toepassing 81.840,65 € 244.851,13 €
      totale subsidie 292.578,98 € 152.351,54 € 455.805,83 €

      In het verleden nam het lokaal bestuur de aanvullende financiering op zich door de meerkost bij te passen bovenop de subsidies die vzw KIKOEN ontving via agentschap Opgroeien. Vanaf 1 september 2026 wijzigt deze financieringsstroom: het lokaal bestuur zal vanaf dan zelf alle BOA-subsidies ontvangen. Deze middelen worden integraal aangewend voor de financiering van de dienstverlening, met name voor de betaling van de facturen van vzw KIKOEN.

      Vanaf 1 september 2031, na afloop van de compensatieregeling, wordt het totaalbudget BOA als volgt opgedeeld: 90% gaat naar het basisbedrag, 10% is voorbehouden voor toegankelijkheid. De subsidie toegankelijkheid wordt dan berekening op basis van het bereik van kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften. De subsidieberekening voor het deel toegankelijkheid wordt later bepaald.

      Juridisch kader

      Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA) van 1 januari 2021.

      Besluit 2025/2630 van de Europese Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van besluit 2012/21/EU.

      Financiële gevolgen/visum

      Financiële gevolgen

      Meerjarenplan 2026 - 2031.

      BD000002: Beleven, ontmoeten en ondernemen

      AP000014: BOA / jeugd

      AC000070: BOA - opvang

      MJP000774: Subsidiestroom BOA naar BKO (OPG-BOA2)

      Visum

      De financieel directeur verleent een visum onder voorbehoud van aanpassing meerjarenplan.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 15 stemmen voor (11 GIB, 2 Vooruit, 2 N-VA en 1 cd&v) en 2 onthoudingen (Vlaams Belang).

       

      Artikel 1: De gemeenteraad erkent vzw KIKOEN als erkende partner binnen het Lokaal Erkenningskader BOA.

      Artikel 2: De gemeente Grobbendonk kent de subsidie aan vzw KIKOEN toe met inachtneming van het besluit 2025/2630 van de Europese Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van besluit 2012/21/EU.

      Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Team Financieel management

      Team Mens en Welzijn

      Team Staf van de AD

      Team Vrije tijd

    • Reglement tot erkenning van Grobbendonkse opvanginitiatieven - herziening in het kader van het BOA-decreet - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Voorgeschiedenis

      Het reglement tot erkenning van Grobbendonkse opvanginitiatieven trad in werking op 1 juli 2022 nadat:

      • Het college van burgemeester en schepenen het betreffende reglement goedkeurde op 13 juni 2022 (CBS/2022/812).
      • De gemeenteraad het betreffende reglement goedkeurde op 21 juni 2022 (GR/2022/099).

      Context

      De voorbije legislatuur werden er 2 aanvragen tot erkenning van Grobbendonkse opvanginitiatieven verwerkt en geregistreerd door het lokaal bestuur Grobbendonk. Deze erkenning loopt voor een periode van 4 jaar. Momenteel stelt een opvanginitiatief de vraag om opnieuw een nieuwe erkenning te bekomen, en vragen 2 andere opvanginitiatieven voor de eerste maal een erkenning aan.

      Binnen het kader van het BOA-decreet en bijhorende verplichtingen voor het lokaal bestuur Grobbendonk wint dit reglement aan belang. Om die reden zal de uitvoering en opvolging van dit reglement deze legislatuur behartigd worden door de BOA-regisseur in nauwe samenwerking met team Vrije tijd.

      Dit reglement is tevens een kans om de dynamiek binnen het overlegplatform van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA een boost te geven. Om die reden wordt er een toevoeging gedaan aan dit reglement. Bij artikel 5 'voorwaarden' wordt een extra paragraaf toegevoegd waarin het erkende opvanginitiatief gevraagd wordt om actief deel te nemen aan het overlegplatform en mee vorm te geven aan het Lokaal Erkenningskader BOA inzake buitenschoolse activiteiten.

      Het voorstel tot wijziging is in het geel in het reglement opgenomen.

      Juridisch kader

      Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA) van 1 januari 2021.

      Financiële gevolgen/visum

      BD000002: Beleven, ontmoeten en ondernemen

      AP000014: BOA / jeugd

      AC000140: BOA - Regie

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 15 stemmen voor (11 GIB, 2 Vooruit, 2 N-VA en 1 cd&v) en 2 onthoudingen (Vlaams Belang).

       

      Artikel 1: Goedkeuring van de herziening van het Reglement tot erkenning van Grobbendonkse opvanginitiatieven, zoals opgenomen in bijlage.

      Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan:

      Team Staf van de AD

      Team Vrije tijd 

    • Tweede Pensioenpijler - gewijzigde documenten in het kader van het revisietraject 2025 van OFP Prolocus - goedkeuring

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Op 19 april 2022 besliste de gemeenteraad om vanaf 1 januari 2022 toe te treden bij OFP Prolocus. 

      OFP Prolocus heeft in de eerste helft van 2025 een aantal sleuteldocumenten herzien in het kader van haar revisietraject "passiva-zijde", met name:

      • het financieringsplan;
      • de beheersovereenkomst.

      Het gaat voornamelijk om technisch-juridische aanpassingen, met als doel om de teksten beter te laten aansluiten bij de praktijk.

      Daarnaast werden een aantal inhoudelijke wijzigingen aangebracht, zoals bijvoorbeeld in de beheersovereenkomst:

      • de transparante beschrijving van de aangepaste (goedkopere) kostenregeling;
      • het inschrijven van een aantal aansprakelijkheidsbeperkingen n.a.v. een wijziging van het Burgerlijk Wetboek;
      • het bepalen van een praktische regeling m.b.t. de verworven pensioenrechten van aangeslotenen van een fusiebestuur dat haar pensioenverplichtingen niet langer toevertrouwt aan het OFP Prolocus, enz.

      en in het financieringsplan:

      • het vervangen van een aantal niet-gebruikte RSZ-inningspercentages door andere RSZ-inningspercentages die moeten toelaten om in de toekomst voor een aantal besturen fijnmaziger te innen;
      • beschrijving van de praktische toepassing van de pre-financiering bij fusies van besturen enz.

      In het kader van het revisietraject werden ook een aantal technisch-juridische wijzigingen aan het Kaderreglement Tweede Pensioenpijler Contractanten (hierna het "kaderreglement") en aan het Bijzonder Reglement werden voorgesteld, hoofdzakelijk met als doel om het beheer van het DC-plan te vereenvoudigen.

      Het Kaderreglement zelf bepaalde trouwens dat begin 2025 een evaluatie door de sociale partners diende te gebeuren, met mogelijks bijsturing tot gevolg. De voorgestelde wijzigingen aan het Kaderreglement werden besproken op het comité C1.

      Bovenvermelde documenten werden goedgekeurd op de raad van bestuur van OFP Prolocus van 23 mei 2025, en bekrachtigd op de algemene vergadering van 17 juni 2025.

      Het Kaderreglement werd goedgekeurd in een Protocol van Akkoord van 12 november 2025 van het Comité C1.

      In navolging van het bovenvermelde wordt aan de gemeenteraad gevraagd om kennis te nemen van de wijziging van de pensioenleeftijd in het Provant Plan voor nieuwe aangeslotenen, en om in te stemmen met de toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan. 

      Juridisch kader

      Besluit van de gemeenteraad van 19 april 2022 houdende Tweede pensioenpijler contractueel personeel - toetreding OFP Prolocus - goedkeuring.

      Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd.  

      Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, zoals gewijzigd.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 12 stemmen voor (11 GIB en 1 cd&v) en 5 onthoudingen (2 Vooruit, 2 Vlaams Belang en 1 N-VA).

       

      Artikel 1: Kennisname van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan van OFP Prolocus, alsook van het gewijzigde Kaderreglement en het in uitvoering daarvan gewijzigde Bijzonder Reglement.

      Artikel 2: Goedkeuring van de wijzigingen aan het Bijzonder Reglement.

      Artikel 3: Instemming met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.

      Artikel 4: Het bestuur geeft aan de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur het mandaat om de Bijlage de Toetredingsakte en het Bijzonder Reglement te ondertekenen, en verzoekt om deze documenten ter beschikking te stellen van OFP Prolocus. 

    • Organisatiebeheersing - aanpassing kader, rapportage en planning - goedkeuring en kennisname

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      In 2020 werd door en voor de gemeente/het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een kader vastgelegd waarbinnen de organisatiebeheersing wordt georganiseerd. 

      Organisatiebeheersing wordt decretaal in artikel 217 van het decreet lokaal bestuur (hierna DLB) omschreven als volgt: 

      'Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:

      1° de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico's om deze te bereiken kent en beheerst;

      2° wetgeving en procedures naleeft;

      3° over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt;

      4° op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet;

      5° de activa beschermt en fraude voorkomt.'

      Als richtinggevend kader werd de leidraad van Audit Vlaanderen gekozen: dit model benadert organisatiebeheersing vanuit tien verschillende thema's. 

      Gezien de steeds meer complexere context waarbinnen lokale besturen dienen te opereren, wint organisatiebeheersing aan toenemend belang. Ook binnen onze organisatie worden de principes van organisatiebeheersing steeds meer meegenomen in onze dagdagelijkse werking en hierop zal de komende periode nog veel sterker worden ingezet. Enkele (kleinere) aanpassingen (actualisaties naar aanleiding van de vernieuwde organisatiestructuur alsook een meer permanente monitoring in plaats van de oorspronkelijk voorziene driejaarlijkse zelfevaluatie) werden aan het kader aangebracht waardoor in de praktijk per legislatuur telkens een gehele cyclus zal worden doorlopen. 

      De vaststelling van het organisatiebeheersingssysteem is een bevoegdheid van de algemeen directeur, na overleg met het managementteam. De rapportage dient te gebeuren conform artikel 219 DLB, op jaarlijkse basis en uiterlijk voor 30 juni. De rapportage omvat enerzijds een terugblik op het voorbije werkingsjaar en de verwezenlijkingen, anderzijds wordt op basis van een actieplan de komende periode benaderd.

      Juridisch kader

      Besluiten van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 juni 2025 houdende organisatiebeheersing - jaarlijkse rapportering - kennisname; 

      Besluiten van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 juni 2024 houdende organisatiebeheersing - jaarlijkse rapportering - kennisname;

      Besluiten van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 juni 2023 houdende organisatiebeheersing - jaarlijkse rapportering - kennisname;

      Besluiten van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 juni 2022 houdende organisatiebeheersing - jaarlijkse rapportering - kennisname; 

      Besluiten van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 juni 2021 houdende organisatiebeheersing - jaarlijkse rapportering - kennisname; 

      Besluiten van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 mei 2020 houdende organisatiebeheersing - kader en jaaractieplan 2020 - goedkeuring; 

      Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen (art. 217 t.e.m. art. 220).

      Adviezen

      Positief advies van het managementteam van 1 juni 2026 met betrekking tot het verslag van het werkingsjaar 2025-2026.

      Positief advies van het managementteam van 1 juni 2026 met betrekking tot het voorstel van het jaaractieplan 2026-2027.

      Bijkomende motivering

      Teneinde een efficiënte benadering van de organisatiebeheersing na te streven werd ervoor geopteerd om de rapportage en de vooruitblik (actieplan) in één rapporteringsmoment samen te brengen, waardoor de combinatie terug- en vooruitblik naadloos in mekaar overgaan. Vermits de rapportage gebeurt in de raden van juni, wordt er gekozen voor een actieplan dat zowel het tweede semester van 2026 omvat, maar ook het eerste van 2027. De rapportering (evaluatie) hierover zal gebeuren op de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn van juni 2027.

      BESLUIT:

      Goedgekeurd met 11 stemmen voor (GIB) en 6 onthoudingen (2 Vooruit, 2 Vlaams Belang, 1 N-VA en 1 cd&v).

       

      Artikel 1: De aanpassingen aan het kader organisatiebeheersing goed te keuren.  

      Artikel 2: Kennisname van de jaarlijkse rapportering inzake de organisatiebeheersing.

    • Gemeentelijke aangelegenheden - mededelingen en vraagstelling

      Aanwezig: Peggy Goormans, raadslid
      Marianne Verhaert, burgemeester
      Brent Wouters, Paulien Vervoort, Lorenz Boen, Martine Taelman, schepenen
      Els Beullens, Natalie Moens, Guy Echelpoels, Bart Wagemans, Wendy Overbeeke, Robbe Pauwels, Sylvain Weyers, Emma Van Meensel, Rigo Smidts, Cindy Buelens, Heidi Van den Eynde, raadsleden
      Daan Ceulemans, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Valérie Caers, voorzitter
      Johan Verhaegen, derde schepen
      Ronny Gorremans, Gino Van der Elst, raadsleden

      DE GEMEENTERAAD

      MOTIVERING

      Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

      Vragen en antwoorden over gemeentelijke aangelegenheden die niet op de agenda van de gemeenteraad staan, ingevolge artikel 11 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad.

      BESLUIT:

      GIB: geen vragen

      N-VA:

      • Open zwemwater - stand van zaken

      Vooruit:

      • Deeltijds kunstonderwijs Nijlen - onduidelijkheid plaats inschrijvingen 
      • KLIM-OP Grobbendonk - uitnodiging en toelichting plannen
      • Ruige Ridderpad - zitbank
      • Trage weg Mariaschool - snoeien en website

      cd&v:

      • Fietspad N13 - laaghangende takken

      Vlaams Belang: geen vragen

Namens Gemeenteraad,

Daan Ceulemans
algemeen directeur

Peggy Goormans
raadslid